MIJN VISIE OP BRUSSEL

Deze Brusselse geloofsbelijdenis schreef ik in de laatste week van 2008.

Ik was er toen nog van overtuigd dat die decembermaand mijn laatste maand als Nederlander zou zijn.

En dat  “Belg worden om Brusselaar te zijn” geen loze kreet was.

Was ik in 2000 niet verkozen onder het motto “Europeër  zijn om Etterbekenaar te worden”?

Zou België mij niet met open armen ontvangen, die nieuwe Brusselaar die zo fier op zijn stad was dat hij haar “mijn stad” noemde?

Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren….

En hoe zotter de droom hoe zotter de bezwaren?

Belg kan ik blijkbaar niet worden.

 Soit: Belg of niet, mijn inzet voor Brussel blijft intact.

Het uitroepteken achter punt 20 staat nog altijd fier overeind.

Wat Brussel voor mij (nog niet) is

1.         Een federerende stad

Brussel is de hoofdstad van het federale België, een constructie in permanente evolutie waarin ik geloof.

Onder mijn voorzitterschap van Groen!Brussels Gewest is de ‘federale nota België-Brussel’ tot stand gekomen, met de veelzeggende titel “Brussel, een werkwoord”.

Het overkoepelend geheel België moet zorgen dat Brussel zijn verbindende rol ten volle kan spelen, onder andere via een structurele billijke financiering binnen een federaal kader.

Maar ook de hoofdstad heeft een belangrijke taak te vervullen: Brussel (gewest en stad) kan enkel federeren als het de meertaligheid van België correct weerspiegelt.

2.         Een omringde stad

Brussel is niet die armlastige Franstalige stad die omsingeld wordt door een stadsvrezend rijk Vlaams-Brabant als eerste kroon, met daar rond in een tweede kroon een al even welvarend en antistedelijk Waals-Brabant.

Brussel moet zich goed omringd weten door partners die, in wederzijds belang, trachten (sub)urbane problemen samen op te lossen.

Wij moeten op structurele wijze met de twee andere gewesten samenwerken.

Deze stedelijke of stadsgemeenschap (voor wie het S-woord vreest het “samenwerkingsverband Brabant-Brussel) krijgt een democratische legitimatie binnen een nieuw overlegorgaan, bestaande uit vertegenwoordigers van bestaande organen.

3.         Een bestuurde stad

Net als Vlaanderen heeft ook Brussel recht op goed bestuur.

Gezien de complexiteit van ons gewest staat dit niet automatisch gelijk met “leesbaarheid”.

Het kerntakendebat moet worden gevoerd zonder enig taboe.

Maar ook zonder populisme!

Subsidiariteit en proportionaliteit zijn de vuistregels voor een rationele herverdeling van bevoegdheden.

4.         Een lerende stad

Onderwijs en opleiding, in relatie met werkgelegenheid, zijn dé uitdagingen voor de komende decennia.

Leren is echter niet alleen een deur naar werk maar ook naar zelfontplooiing, en moet dus een leven lang mogelijk zijn.

 Het onderwijs in de hoofdstad van Europa is het aan zichzelf verplicht het Europese streven van moedertaal + twee ‘vreemde’ talen te realiseren, niet enkel voor de elites.

Immersieonderwijs is een interessante piste naast de bestaande pogingen om binnen de bestaande onderwijsvormen tot meertaligheid te komen.

Alle drie huidige “filières” (Franstalig, Nederlandstalig én Europees) moeten hun verantwoordelijkheid opnemen voor de Brusselse jeugd.

Voor het technisch en beroepsonderwijs is een heus Marshallplan nodig, in samenwerking met de 2 gemeenschappen of, beter nog (homogeen bevoegdheidspakket met werkgelegenheid!) op het niveau van het gewest.

Ook het bedrijfsleven heeft een belangrijke rol te spelen.

Voor het federale niveau ligt hier een demografische opportuniteit en een welhaast morele verplichting: het gigantisch potentieel aan jongeren van het enige gewest met een gezonde leeftijdspiramide mag niet verspild worden.

5.         Een werkende stad

Brussel moet niet enkel werk bieden aan (niet-Brusselse) hoogopgeleiden in vooral de tertiaire sector.

Ook de Brusselaars hebben recht op arbeid in eigen gewest op hun niveau.

In tweede instantie moet voor wie geen werk in eigen gewest vindt de arbeidsmobiliteit worden vergemakkelijkt door beter openbaar vervoer naar de andere gewesten.

Ons onderwijs moet voor de nodige competenties zorgen, waaronder meertaligheid.

Onze ondernemers moeten op niet-discriminerende wijze de titel “werkgever” verdienen.

Onze overheid moet actief begeleiden in het “matchen” van vraag en aanbod.

6.         Een ecologische stad

Ecosteden en ecowijken zijn onze horizon.

Zichtbaar water, tastbaar groen, adembare lucht, dit is alles is niet voorbehouden aan een groene Vlaamse rand.

Samen met ons hinterland (met de stadsgemeenschap als praktische samenwerkingsvorm en de lobbenstad als theoretisch model) kunnen wij ook de Brusselaars levenskwaliteit bieden.

De stad wordt daarmee niet minder stad en het platteland niet minder platteland.

Dit is evenmin een utopische terugkeer naar paard en wagen, maar een gedurfde, hoopgevende visie op de juiste schaal van onze verplaatsingen, onze woonvormen, onze werkplaatsen, kortom onze levenswijze.

Hoger bouwen past eventueel binnen die visie.

Dieper vervoeren (metro) a priori niet.

7.         Een dragende stad

Een progressief stadsproject legt de zwaarste lasten op de sterkste schouders.

Herverdeling van schaarse ruimte, lucht, middelen enz. vereist een reflectie over fiscaliteit.

Stadskorting voor de burgers, lagere lasten voor bedrijven, gratis parkeren voor automobilisten? Leuk, maar “wie gaat dat betalen”?

Brussel moet meer ambitie hebben dan altijd de hand ophouden bij andere overheden.

Zonder te vervallen in het tegenoverstelde discours dat Brussel zichzelf kan bedruipen, moeten alle potentiële financiële middelen in kaart worden gebracht, om n.a.v. het kerntakendebat te beslissen wie welke hefboom in handen moet hebben: tolheffing, betalend parkeren, betaalde huisvuilzakken, verdeelsleutel personenbelasting, vennootschapsbelasting, dode hand, algemene dotatie, onroerende voorheffing, Europa………

8.         Een samenlevende stad

Iedereen is van Brussel, Brussel is van iedereen.

Een mooie slogan, maar daarvoor moet nog veel gebeuren.

Een einde maken aan structurele achterstelling en discriminatie.

Jongeren goed onderwijs en zodoende uitzicht op een goede baan geven.

Ouderen veilige straten.

Iedereen een fatsoenlijke woning.

En “de boel bijeen houden”!

Grote projecten waarop de Brusselaars fier zouden kunnen zijn, volstaan niet.

Spelen voor het volk? Waarom niet?

Maar vooral brood voor iedereen.

De steeds groter worden dualiteit mag voor progressieven geen fataliteit zijn!

Stadslucht maakt vrij? Helaas geldt dit niet voor iedereen.

9.         Een bewoonde stad

Het plan Dupuis mag dan wel mislukt lijken, duurzame huisvesting voor alle inkomensklassen blijft de ambitie voor de komende jaren.

De onmiddellijke urgentie van meer betaalbare woningen mag de lange-termijnnoodzaak van ecologisch bouwen niet verdringen.

De stad plant, de ondernemer bouwt, al dan niet in onderlinge samenwerking.

Zonder hulp van de privé halen wij onze doelstellingen nooit, al moet PPS zeker niet als wondermiddel beschouwd worden.

De synergie met het Marshallplan voor opleiding springt in het oog, vooral in arbeidsintensieve sectoren als vernieuwbouw en isolatiewerkzaamheden.

Ook “Europa” is een potentiële (financiële) partner.

De woonvormen en -formules moeten op maat van de stad van de 21e eeuw zijn: verdichting is de norm, vier eigen gevels niet het hoogste goed.

10.       Een internationale stad

Tot spijt van wie het benijdt, maar Brussel is al lang niet meer een stad van (minimaal) 85% Franstaligen en (hoogstens) 15% Nederlandstaligen.

Niet alleen de denkschema’s van veel politici moeten zich nog aanpassen aan de internationalisering van Brussel, ook het beleid moet meer visionair omgaan met deze nieuwe realiteit.
“Europa” en de “Eurocraten” moeten worden geïntegreerd als volwaardige actoren.

Dit vereist niet alleen de wil daartoe bij de glazen torens en hun bewoners maar ook de instelling van bepaalde overleg- en solidariteitsmechanismen.

Zoals in elk integratietraject is dit een verhaal van rechten én plichten van individuen.

Maar ook van een voorwaardenscheppende overheid, en van een gemeenschappelijke stedenbouwkundige visie die radicaal breekt met het verleden van “u vraagt, wij geven”.

De rol van het Engels als derde (onthaal)taal is het overwegen waard.

11.       Een Vlaamse stad

Groen! is een Vlaamse partij.

Wij hoeven ons daar niet voor te schamen: “bescherming” van de Vlaamse minderheid is een deel van ons programma.

Twintig jaar na oprichting van ons gewest moeten wij evenwel ook de mythes en trauma’s van de Vlaamse Brusselaar overstijgen.

Het kerntakendebat dat wij voor het gewest vragen, zullen wij ook binnen de eigen gemeenschap moeten durven voeren.

Zonder complexen en taboes moeten wij een klare kijk ontwikkelen op dat wat, naar men zegt, onze identiteit (over)beschermt: taalwetgeving, Vlaamse schepen, gewaarborgde vertegenwoordiging, dubbele handtekening….

En met fierheid én bescheidenheid kijken naar de zaken die onze Vlaamse aanwezigheid in de ooit zo vijandige hoofdstad soms net iets te opzichtig belichamen: cultuurbeleid, onderwijs, zorgverzekering…

Wie als Vlaming in Brussel aan (Vlaamse) politiek doet, moet uit de nauwe marges van de o zo veilige 300.000-norm en de verstikkende theemutsen van de Vlaamse decreten breken.

Zo niet, verdampen wij, om met Philippe Van Parys te spreken.

12.       Een sturende stad

Zelfs in tijden van economische laagconjunctuur mag de stad niet overgeleverd worden aan de cyclische grillen van belangengroepen met geld.

De regie is en blijft in handen van een sterke overheid.

Voor de ontwikkeling van de stad (mobiliteit, monumentenbescherming….) is het wet- en regelgevend kader geen stapel papiervodjes.

Of lege bladzijden ingevuld à la tête du client.

Dit veronderstelt ook dat de overheid haar grondreserves niet verkwanselt aan de hoogst biedende, maar deze zelf ontwikkelt volgens de ware noden van de stad.

13.       Een ondernemende stad

Dat een sterke overheid de regie van de stad heeft, sluit niet uit dat zij al even sterke partners nodig heeft.

Als de privé niet mee is, ligt de boel stil.

Dit geldt op vele terreinen: woningbouw, opleiding en werkgelegenheid (het Marshallplan), non-discriminatie bij aanwerving.

De ecostad zal enkel uit de steigers komen als het bedrijfsleven maatschappelijk verantwoord onderneemt.

Ecologisch en sociaal innovatieve bedrijven zijn nodig binnen een groene economie.

Om een dergelijk maatschappelijk verantwoord gedrag te bewerkstelligen, moeten de verschillende overheden het bedrijfsleven, in gepaste mate, tegemoet komen met (fiscale) stimulansen en administratieve vereenvoudigingsmaatregelen.

14.       Een culturele stad

Brussel was toen nog een bruisende stad. En ooit zal het dat weer worden.

Cultuur vermag de maatschappij dan wel niet te veranderen, ze kan haar wel bijeenhouden.

Gemeenschapsvorming opgevat als vorming van een Brusselse gemeenschap, zijnde meer dan de optelsom van de twee gemeenschappen.

De interculturele, meertalige realiteit van Brussel kan van ons gewest een sterk merk maken.

Daarvoor is wel een gemeenschappelijk (van de gemeenschappen, maar ook van het Gewest) coherent cultuurbeleid nodig naar het evenbeeld van de stad: kosmopolitisch en (taal)grenzen overstijgend.

Niet bij brood alleen!

15.       Een gezonde stad

De ecostad zal gezond zijn of niet zijn.

Afgezien van het eerder theoretische niveau van hoe wij de stad ecologisch willen ontwikkelen, gaat het hier om zeer concrete dingen als geluidshinder (nachtvluchten, autolawaai, maar ook geluidsoverlast in uitgaansbuurten), slechte luchtkwaliteit (ozon, smog, PM), afval (regulier en sluik), gesloten buurtzwembaden, gebrek aan speelruimte, ongezonde woningen, enz. die ervoor zorgen dat mensen in de stad niet alleen vaker ziek zijn maar zich ook vaker ziek voelen.

Dit geldt nog sterker voor wie het niet zo breed heeft.

Al deze objectieve en subjectieve factoren werken de stadsvlucht in de hand.

Voor wie het kan betalen…

De leuze uit ons verkiezingsprogramma van 2004 geldt nog altijd: gezond leven, beter leven.

16.       Een leefbare stad

Evenals de ongezonde stad verdrijft de onleefbare stad mensen buiten haar muren.

En wie die exodus niet kan opbrengen, duikt onder in de kelders der maatschappelijke verzuring, en haakt af.

Propreté et sécurité, de verschrikkelijke tweeling voor wie elke (progressieve) politicus op zijn verkiezingstournee liever een blokje omloopt.

Links heeft ook nooit veel meer gedaan dan daar een even beperkt duo op af te sturen: preventie en repressie.

En toch blijft het onze verdomde opdracht als progressieven juist de zwakkeren te beschermen: in het verkeer, op straat en in het openbaar vervoer, in het milieu, in hun woonomgeving.

Het veiligheidsdiscours mag niet worden overgelaten aan de populisten aan beide zijden van het politieke spectrum.

17.       Een dorpse stad

Hoe internationaal en kosmopolitisch ons gewest ook geworden is de laatste decennia, mensen blijven zich bekennen tot een gemeente, een wijk, een straat.

De gelaagdheid van de kleine provinciale, haast parochiale stad binnen de grote anonieme wereldstad maakt mee de charme uit van Brussel, en mag niet onder het uitroepen van “weg met de baronieën” in één gebaar van tafel worden geveegd.

Small kan nog altijd beautiful zijn; meer zelfs: efficiënt.

In het kerntakendebat over goed bestuur mag de reflectie over de juiste schaal niet worden overgeslagen.

En bij de juiste schaal horen de juiste middelen.

Indien wij bijv. uitgaan van de 118 wijken van Cosmopolis, zouden wij hier ook een financiële invulling aan kunnen geven d.m.v. zogenaamde wijkbudgetten.    

Stedelijkheid en kleinschaligheid staan elkaar niet in de weg.

18.       Een deelnemende stad

De representatieve democratie is een groot goed.

Toch zijn er meer momenten en niveaus waarop de burger zijn stad kan mee(be)sturen tussen twee verkiezingen in.

De stad is niet louter het bezit van de overheid en/of de privé.

Het middenveld is essentieel voor het meebepalen van de richting die de stad uit moet.

Andermaal is het belangrijk te beslissen op welke schaal een overheid de participatie van haar burgers organiseert.

Het kan niet zijn dat onder het mom van stroomlijning de afstand tussen burger en overheid groter wordt.

19.       Een fiere stad

De Brusselaars moeten weer fier op hun stad worden.

Image building, flagship architecture, city marketing, landmarks, Bruxselitude, federerend project.

Mooie woorden om te verhullen dat onze huidige bewindvoerders niet veel verder komen dan grote en dure (in bij de privé bestelde studies voorgekookte) projecten gaande van voetbalstadions tot shopping centra, projecten die amper uitgaan van waar Brussel sterk in is.

Terwijl de eigenheid van Brussel binnen de muren van de stad voor het grijpen ligt: mini-Europa!

Ons vermogen om vreedzaam samen te leven met zoveel talen en culturen.

Deze culturele rijkdom is een bron van fierheid, met een gigantisch creatief, vernieuwend potentieel.

Haar niet uitdragen is haar oneer aandoen.

20.       Mijn stad!

Toen ik hier 22 jaar geleden kwam wonen, bestond het gewest nog niet.

Wat de desinteresse van het federale België, in criminele samenspanning met het eigenbelang der betonboeren, deze stad had aangedaan, werd mij jaar na jaar duidelijk.

Omdat de stad waar mijn kinderen ter wereld kwamen steeds meer mijn stad werd, wilde ik haar ook verdedigen.

Want de aanvallen zijn nog niet afgeslagen.

Ook nu nog is ons jonge gewest niet onbedreigd.

Om er mee voor te zorgen dat dit hoofdstedelijk gewest steeds meer gaat lijken op de stad zoals ik die graag zou zien, maar wat zij overduidelijk nog niet is, blijf ik mij voor Brussel inzetten.

Als Brussel van iedereen is, is het toch ook van mij? 

5 Reacties to “Mijn visie op Brussel”

  1. Ben Bellekens Says:

    heel mooi, Rik. Volledig mee eens!

  2. Marcel Says:

    ad 6)
    -Een groene jongen die VOOR hoogbouw is. We hebben er lang op moeten wachten.
    -Tegen metrolijnen? Heel onverstandig, zelfs Gatz is om (maar nu is er geen geld meer). We wachten met smart op Uccle(Stalle)-Schaerbeek(Gare)bijvoorbeeld. Een metrolijn bouw je niet voor 25 jaar, niet voor 50, maar voor duizend jaar, en is dus de goedkoopste, snelste, en meest comfortabele oplossing voor veel verplaatsingen.

    1. Richard Says:

      Beste Marcel,

      Als groene verkeerskundige ben ik het wel eens met Rik. Je moet openbaar vervoer niet in donkere tunnels stoppen. Maar ook niet op bruggen. Openbaar vervoer hoort op straatniveau. Zodat het goed in beeld komt en zodat het goed toegankelijk is. De mensen die voor de juiste vorm van vervoer kiezen, het OV, mag je gerust belonen door ze boven de grond te houden, in de zon of in de regen, en ze niet onder de grond weg te stoppen.

      Een tram die in zijn eigen baan kan rijden (zoals bijvoorbeeld lijn 3, 4 en 7 op de grootste stukken van hun lijn) en op de kruispunten de verkeerslichten kan beïnvloeden, kan net zo effeciënt zijn als een diep weggestopte metro. En een tram op straat is toegankelijker dan een metro. De tramhaltes op straat liggen dichter bij elkaar dan de (pre)metro haltes en je hoeft niet af te dalen in een tunnel.

      Er moet op straat natuurlijk wel ruimte zijn voor die trambaan. Maar dat is een kwestie van politieke wil om de openbare ruimte op straat in de eerste plaats te gebruiken voor voetgangers, fietses en openbaar vervoer. En dan te kijken of er nog plaats is voor de auto. Iets wat jarenlang net andersom is gedaan. Jarenlang ging de ruimte in de eerste plaats naar verkeersruimte voor de auto en moesten alle andere vervoerswijzen genoegen nemen met de restjes.

      Ik ben daarom ook tegen de plannen van minister Grouwels om op het Miserieplein de tram onder de grond te stoppen. Als er iets onder de grond moet dan is het volgens mij de stroom auto’s die het plein onleefbaar en gevaarlijk maken. De tram hoort boven de grond te blijven en het plein moet een knooppunt worden voor het openbaar vervoer een een aangename verbijfplaats voor voetgangers en fietsers.

      Ook is het gemakkelijker om het bovengrondse tramnetwerk aan te passen wanneer de vervoersvragen zouden wijzigen. De net geïntroduceerde lijn 62 tussen Da Vinci en Weldoeners kan net zo goed worden gewijzigd in een lijn tussen Da Vinci en Churchil. Of de 62 rijdt ook door naar Rogier. En een kilometer tram kost minder dan een kilometer metro.

      Ik weet niet of uitbreiding van het metronet nog wel zo nuttig zal zijn. Er zijn tegenwoordig betere light-railvormen die veel flexibeler zijn zoals bijvoorbeeld de tram-trein die ook het hinterland van de stad (Riks punt 2) met de die stad kan verbinden. Voorbeeld van een regio die inzet op light-rail is de Randstad met RandstadRail en de tram-trein van Karlsruhe. De aanleg- en exploitatiekosten van een (snel)tram liggen beduidend lager dan die van een metro. Quote uit het meest recente OV magazine: “De investeringskosten voor een regiotram bedragen nog geen 25 procent van de aanlegkosten van een metro en de jaarlijkse eploitatiekosten zijn ruim 10 miljoen euro lager.”
      Voor mij is de keuze dan snel gemaakt want dan is er met hetzelfde geld meer te realiseren.

      groetjes,
      Richard

  3. Henri Delval Says:

    Beste Rik

    ” You are simply the best ”

    Wat hebben wij onthouden van onze les scheikunde op de middelbare school ?

    de wet van Jellema : als je één atoom Ned combineert met één atoom Fra, ontstaat er een molecule GrBr (groen Brussel) :

  4. Henri Delval Says:

    (bis)

    de wet van Jellema (*) :

    Ned + Fra –> (Ned)(Fra) = GrBr

    Ned staat hier voor het atoom Groene Rik
    Fra staat voor het charmante vrouwelijk atoom dat zijn echtgenote is

    (*) R.Jellema is een vooraanstaande Nederlandse scheikundige, die vooral bekend staat voor zijn synthese van poëtische milieuvriendelijke molecules, en voor zijn actieve inzet voor het goede doel : een groen Brussel (art. uit de allombekende maar nog niet uitgegeven “Encyclopedia of Life”)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s