kerstbal.jpgDe Madam met de Dikke Boezem.

Zo kende ik Jacqueline omdat iemand haar ooit zo had beschreven.

En die beschrijving klopte volledig.

Later, toen ik in de Etterbeekse dorpspolitiek verzeild raakte, en aan “aanwezigheidspolitiek” ging doen, leerde ik haar bij de Vlaamse seniorenclub kennen als Jacqueline.

Jacqueline zag mij graag.

Vooral vanwege mijn “schoon haar”, zoals ze in haar sappig Brussels bijna maandelijks zei.

Ik verstond haar niet altijd, en zij mij vast ook niet.

Maar “le courant passait” en ik luisterde geduldig naar haar verhalen.

Over haar te vroeg overleden man, over de buurt, maar ook over “die vreemden” die ze niet vertrouwde.

Meestal bleef het bij een dikke zoen en een korte babbel.

Eén keer mocht ze met de vingers door mijn haardos voordat ik naar de kapper ging.

Haar bos zwoegde daarbij nog meer dan gewoonlijk, zo scheen het mij toe.

 

De laatste tijd kwam Jacqueline minder naar de seniorenclub.

Totdat ze helemaal niet meer kwam.

Ik informeerde bij Denise, een buurvrouw, een stuk jonger maar ook lid van de club.

Ook Denise was al enige jaren weduwe.

In kende haar vooral van de eerste jaren dat ik bij de club kwam, toen ze trouw haar man, die sinds een hersenbloeding in een wagentje zat, voortduwde.

Haar man overleed, en Denise bleef komen, nu alleen.

Dat is nu eenmaal het lot van het sterke geslacht.

Bij gebrek aan mannen, maar ook omdat Denise de jongste en de knapste was én goed en graag danste, had Denise nooit gebrek aan partners.

Denise vertelde mij dat Jacqueline niet meer kon komen omdat ze zo moeilijk stapte.
En niet meer de straat op durfde.

Een tijdje later belde Jacqueline mij: haar voetpad was slecht hersteld na graafwerken.

Na regen lag er altijd een plas, en zelfs met een trekker kreeg ze het overtollige water niet meer weg.

Ze was nu nog banger om te vallen……….

Ik beloofde iets te doen.

Tijdens mijn weekendinspectieronde met de fiets reed ik door haar straat, maakte een foto en vroeg mijn dienst “wegenis” iets te doen.

Een week later ging ik opnieuw kijken: het voetpad leek hersteld.

Ik belde aan bij Jacqueline maar niemand deed open, en dus liet ik een briefje achter met de vraag mij terug te bellen als het nog altijd niet goed was.
En toen hoorde ik weken niets meer……..

Tot ik op het kerstbal Denise voorbij zag walsen in de armen van een grijsaard met artistieke manen.

Ik nam het van hem over, alhoewel een slechte danser, en vroeg onder het zwieren naar Jacqueline.

Heeft ze u niet teruggebeld? Nochtans, ze heeft uw briefje gevonden en was “wreed content”.

Het is niks, ze zal het vergeten zijn.

De volgende ochtend zat ik op het toilet mijn e-mails op de smartphone door te nemen, zoals elke moderne man doet nadat hij zijn vrouw heeft wakker gezoend (of is het andersom?).

Dring dring……

Ja, ’t is Jacqueline hier hè.

Allez, ge hebt dat goe gedaan met mijn voetpad.

Merci, Rikske.

Excuseer dat ik u niet bedankt heb.

Ik kom niet meer buiten, maar ’t is Denise die mijn kommissies doet.

T’is ‘ne brave hè….

(transcriptie uit het Brussels, in een geur van onder meer ochtendhumeur………….).

 

Onnodig te zeggen dat ik “wreed content” was.

“Zo maar” 20 miljoen euro subsidie krijgen voor een Wijkcontract doet deugd.

Verdiende bedankjes krijgen nog veel meer.

Want ofschoon eigen roem hoort te stinken, kan ze ook lekker ruiken….

Bovendien, als voorbeeld van sociale cohesie, (Vlaamse) netwerken, zorgzaamheid in de grootstad, kan het ook tellen!

En anders is het nog altijd sentimenteel genoeg voor een “kerstverhaal”.

Advertenties