4203707189_ff18c36d1a_zHet oude jaar is goed geëindigd, met een blijde boodschap.

Op 18 december 2014 heeft de gewestregering het programma voor het wijkcontract Jacht-Gray goedgekeurd.

Concreet betekent dit dat we in de komende vier jaar (met twee bijkomende jaren voor het afwerken van reeds opgestarte projecten)  over 10.900.000€ beschikken voor de uitvoering van het programma.

Plus 3.125.000€ van Beliris.
De regering heeft evenwel geen blanco cheque willen tekenen.

De goedkeuring gaat gepaard met verplichte wijzigingen, opschortende voorwaarden en niet-bindende aanbevelingen.
De voornaamste wijzigingen betreffen de vermindering van het budget voor een project i.v.m. openbare netheid.

Een gevoelige vermindering, in de dubbele zin van het woord.
Zo’n 40% minder.

Deze korting ligt echter vooral politiek gevoelig omdat de bevoegde schepen, met steun van het college, hier hoog op had ingezet, en na kritiek tijdens de wijkcommissies al serieus had gesneden in het aanvankelijke budget.
Tijdens het openbaar onderzoek bleef er echter kritiek komen op de omvang van de gevraagde middelen in verhouding tot andere projecten binnen het wijkcontract en op de filosofie van het project.

Het gewest is dus niet doof gebleven en heeft van het ganse participatietraject, inclusief het openbaar onderzoek, geen wassen neus willen maken.

Goed voor de inspraak, spijtig voor de bedenkers van de operatie

Hetgeen niet betekent dat alles bij het grofvuil moet worden gezet.

Ook met minder middelen is het project nog goed uitvoerbaar, mits een iets andere aanpak.

Voor de operaties in de openbare ruimte (heraanleg pleintjes, speelruimtes, voetpaden enz.) is er dan weer goed nieuws omdat de budgetten voor verschillende projecten op dat vlak verhoogd worden.

En er komt een extra project voor ondersteuning en educatie inzake huisvesting.

Voor zover de wijzigingen.

Er zijn ook nog een aantal opschortende voorwaarden geformuleerd door de gewestregering.
De drie voornaamste betreffen de verdere uitwerking van de budgetten voor huisvestingsprojecten, een beroep op studiebureaus voor de heraanleg van openbare ruimtes en het opstellen van beheersplannen voor nieuwe infrastructuur.
Tot slot zijn er de aanbevelingen,die dan wel niet bindend zijn maar als de gemeente Etterbeek hiervan wil afwijken zal ze dat grondig moeten motiveren.
De twee voornaamste zijn het inwinnen van het advies van de Bouwmeester bij projecten inzake de openbare ruimte en het openen van een Nederlandstalige kinderkribbe in de perimeter van het wijkcontract.
De eerste aanbeveling zal geen problemen opleveren omdat Etterbeek in de laatste gemeenteraad van 2014 al een overeenkomst met de Bouwmeester heeft goedgekeurd.

Wel na enige ambtelijke strubbelingen, want werken met de Bouwmeester veronderstelt het overwinnen van een zekere mate van ingebouwd wantrouwen jegens externe actoren, met name gewestelijke, en het overstijgen van interne obstakels tussen gemeentelijke diensten.

Wat dit laatste aspect betreft, is dat niet juist een van de grootste uitdagingen als een gemeente zich engageert om 4 à 6 jaar lang de logica van een duurzaam (ergo transversaal) wijkcontract te volgen?

Een tweede aanbeveling,  op aangeven van de VGC, ligt moeilijker, vooral politiek.

Een schepencollege met drie “Vlaamse” schepenen dat beslist (ook al beslissen wij niets……..) om een Nederlandstalige gemeentelijke crèche, de eerste ooit, te bouwen, dat kan geen toeval zijn.

Afwijken van deze aanbeveling kan enkel als we aantonen dat er geen objectieve nood is aan een Nederlandstalige kribbe maar wel aan een Franstalige crèche, want en crèche is verplichte kost in een wijkcontract.

In beide gevallen met sociale tarieven voor bepaalde categorieën ouders.
We zitten per slot van rekening in een duurzaam wijkcontract, en dus hebben we rekening te houden met de sociale dimensie.

Zo ver is het nog niet.
De eerste steen is nog lang niet gelegd.

En het laatste woord  nog niet gevallen.


foto: Frédéric BISSON – Some rights reserved

Advertenties