Rik in japanTussen 2 schepencolleges in slaagde ik erin mij 10 dagen vrij te maken voor een reis naar Japan.

Geen studiereis voor mij.

Wel voor mijn vrouw, die een orthodoxe Japanse tak van het boeddhisme aanhangt en al jaren de wens had om de wortels van haar filosofie (geen religie!) van naderbij te onderzoeken.

We bezochten Tokyo, Kyoto, Hiroshima, Nara en 2 kleinere provinciestadjes.

Dat alles per trein, tram, bus, metro, fiets en te voet.

Om in Japan te geraken, moesten we helaas wel vliegen (via Helsinki!), dus over de rest van mijn ecologische voetafdruk minder goed nieuws, temeer daar ik dit jaar al eerder vloog, binnen Europa nog wel.

En voor wie mij echt wil afschilderen en –schrijven als salongroene: ja, ik proefde van een stuk walvissteak.

Verder lezen na deze captatio malevolentiae mag, maar hoeft niet……….

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Ook al was het in opzet een gewone toeristische uitstap, ik zette mijn ogen toch wijd open om een aantal dingen te leren van de wijze waarop de Japanners hun dichtbevolkte samenleving trachten te organiseren, vooral in de steden op mobiliteitsvlak.

Hier volgen enige (v)luchtige observaties:

Het gemotoriseerd verkeer – links rijdend – is vergeleken bij ons een verademing, niet alleen qua discipline.

De meeste wagens maken weinig tot geen lawaai: elektrisch, hybride (zelfs de bussen), of van de nieuwste modellen en dus aan strenge normen beantwoordend.

De taxi’s zijn meestal ouder en wellicht wel diesel, maar ook deze zijn niet alleen proper van buiten en binnen, maar waarschijnlijk ook op motorisch vlak.

Hetzelfde geldt voor brommertjes, scooters en motoren.

Niets van de herrie en stank van andere Aziatische landen die ik ooit – toegegeven, lang geleden – bezocht.

De voetgangers genieten van goed aangelegde voetpaden, slim afgestelde verkeerslichten (lang genoeg om rustig over te steken) en op sommige kruispunten zelfs diagonale oversteekplaatsen die tijdswinst mogelijk maken.

Overal waar werken zijn, of onverwacht (werf)verkeer, worden ze begeleid door geüniformeerden in diverse outfit, politie e.d. of personeel van de aannemer.

’s Avonds worden ze bij het oversteken op drukke kruispunten nog eens extra beveiligd door als kerstbomen uitgedoste politiemannen.

Ook al zal niemand het in zijn hoofd halen om bij rood licht over te steken. Daarvoor zijn discipline en sociale controle te sterk!

Eén minpunt: fietsers mogen op het voetpad rijden, in beide richtingen.

Dat dit geen problemen oplevert, is ongetwijfeld te danken aan de Japanse wellevendheid.

Als het mij te veel werd, ging ik gewoon op de rijweg, hetgeen niet verboden is, maar wel eerder voor de sterkeren onder de zwakke weggebruikers weggelegd.

Verder is ook het fietsverkeer goed geregeld: horizontale en verticale signalering, overal betaalde en onbetaalde, goed zichtbare, veilige, propere fietsstallingen, die veel gebruikt worden.

De fietsen zijn goed uitgerust, zeker de nieuwste modellen met een comfortabel kinderzitje voor en achter, en elektrische assistentie, die je overal ziet.

Twee minpunten: de zit is laag (niet ergonomisch) en het onderhoud minimaal (kettingvet of – olie? Nooit van gehoord…….).

Het openbaar vervoer is uitgebreid en veelzijdig: bus, tram, metro, trein, noem maar op.

Zeker in Tokyo kom je snel overal.

Zelfs voor Japans-onkundigen is taal geen probleem dankzij de aanduidingen en aankondigingen in het Engels, de duidelijke schema’s en roosters en het behulpzame personeel.

Tussen de steden zijn de verbindingen superpunctueel, supersnel en supercomfortabel met de Shinkansen- of “kogel”treinen, voorlopers van de Franse TGV.

Ook hier een minpuntje: door de privatisering is de Japanse spoorwegmaatschappij JR opgesplitst in vier private maatschappijen, en moet je (als toerist) over verschillende passen beschikken om te kunnen profiteren van de interessante tarieven.

Verder geen woord kwaad over het moderne materieel en de klassieke dienstverlening: de passerende controleurs (die zelden controleren omdat je in de stations al door x controles moet alvorens op het perron te mogen) draaien zich bij de tussendeuren naar het publiek om en maken een buiging alvorens het volgende rijtuig binnen te gaan!

Al met al een heerlijk land om (kort) op vakantie te gaan, want je verliest weinig tijd met uitzoeken, organiseren en wachten.

Waarom dan dat “kort”?

Omdat een dergelijke hyperorganisatie wel zeer aangenaam is maar ook vrij verstikkend.

Wie van avontuur houdt, raad ik eerder Afrika aan, bijv. met een krakkemikkige Amerikaanse School Bus. En ik spreek uit ervaring, ook al kon ik het bijna niet navertellen, zo avontuurlijk was het…

In Japan schuilt het avontuur vooral in de conversatie (met handen en voeten) en in de consumptie (met stokjes).

P.s: per toeval ontmoette ik ook een collega-politicus van de, bij de boeddhistische organisatie van mijn vrouw, SGI, aanleunende partij Komeito.

Hij was reeds campagne aan het voeren voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2015, en wilde graag met een fietsende buitenlander op de foto.

Ons gesprek verliep moeizaam totdat zijn assistent/chauffeur/campagneleider de vertaalapp inschakelde.
Ik sprak mijn vragen in het Engels in, de transcriptie verscheen in het Japans op de display, waarna het antwoord werd ingesproken en vervolgens in redelijk correct Engels kon worden afgelezen van het schermpje van de smart phone.

Op mijn serieuze vraag “When do you have elections?”, verscheen het serieuze antwoord: “On day April 12 year 2015”.

Gelukkig voor de geschiedenis (van de humor) moesten Nixon en Mao het in de jaren ‘70 zonder zo’n handige app doen.

Dankzij mijn Japanse evenknie was ik even “big in Japan”.

Advertenties