albert-einstein-auf-dem-fahrradProloog:

Er is weer zo’n idioot betrapt op wederrechtelijke inname van teenoftander.

http://www.standaard.be/cnt/dmf20140916_01270419

Een “topkok” ofte wel “tweesterrenchef”.

Het stond vandaag in de krant, niet in de sportrubriek maar onder “Beroemd&Bizar”.

Bizar&bezopen.

Want wie voelt zich met 49 jaar en blijkbaar een goede gezondheid – doch ongezonde ambities – al oud genoeg om elke ochtend testosteron tegen veroudering op zijn gezicht en hals te smeren na het scheren?

Correctie: “een toefje gel waar testosteron in zit”, zo citeert De Morgen deze “wannabe-coureur”, tevens eigenaar van “Aan Tafel”.

Dat je met zo’n toefje een testosteron-epitestosteronverhouding van 10:1 kunt halen, terwijl die normaal 1:1 is, bewijst dat Peter Pan kind aan huis is bij de Bellingkjes.

“Je wordt ouder papa, geef het maar toe.

Je wil er alles aan doen, maar je weet niet hoe”.

Ook ik worstel daar mee.

Normaal, ik ben dan ook een stuk ouder dan deze topkok.

Ooit topvertaler, nooit toppoliticus.

Als sportman van alles een beetje maar vooral alles matig en met mate: lopen (17x de 20km van Brussel), zwemmen (3x per week) en fietsen fietsen fietsen.

Eerste etappe:

Over fietsen kan ik een boek volschrijven.
Fietsen als metafoor voor het leven:”Beschouw het leven als fietsen. Om je evenwicht te bewaren, moet je in beweging blijven”. (Einstein)

Fietsen als “Bildung”.

Mijn horizon heeft zich verlegd dank zij de fiets: met de fiets naar school, met de fiets de stad uit, met de fiets het land uit, met de fiets mijn taal uit en andere talen in, met de fiets “midden de mensen”.

Fietsen als symbool van vrijheid, want met zo’n navelstreng is het niet fijn trappen.

Fietsen als integratiemiddel: via het voorzitterschap van ’t Greun Veloske, later Fietsersbond Brussel, in de politiek “gerold”.

Fietsen als (permanent) campagnemiddel: de mensen zien mij, niet in een voorbij zoevende dienstauto met chauffeur, maar “in real time” door de straten gaan, de straten waar ik “over ga” als schepen van wegenis.

Tweede etappe:

Einstein revisited: om mijn geestelijk en lichamelijk evenwicht te bewaren, moet ik in beweging blijven, letterlijk, en liefst op een fietszadel.

Mijn dagelijkse verplaatsingen zijn helaas te kort, doordat ik bewust dicht bij mijn werk ben gaan wonen.

Een verstandige beslissing met schadelijke neveneffecten.

Ter compensatie fiets ik minstens elk weekend een paar uur op mijn Orbea-koersfiets, hetzij alleen hetzij met de mannen van de fietsclub.

En ik ga elke zomer één of twee weken alleen fietsen met mijn dagdagelijkse Utopia Silbermöwe, loodzwaar met fietstassen en tent.

Zelfs in Frankrijk staat een koersfiets klaar voor als ik tussen het metselen en houtkappen door nog wat tijd vind voor het betere klimwerk op Auvergnaatse bergweggetjes.

Derde etappe:

En wat die fietsclub betreft, oorspronkelijk aangesloten bij de Brussels Big Brackets, rijd ik nu voornamelijk met de oude-mannen-club van de BBB, het Galapagos Team, genoemd naar het eiland der schildpadden.

Om maar aan te geven dat ons gevoel voor humor gelijke tred houdt met onze veroudering.

Waar we enkel tegen strijden met de pedalen.

Niet met toefjes gel en dergelijke.

Ja toch mannen?

Epiloog:

 

Drie fietsboeken die ik met veel plezier heb gelezen, omdat ze over meer dan fietsen gaan, of misschien wel over alles behalve fietsen:

“De renner” van Tim Krabbé.

“De filosofie van de heuvel” van Ilja Leonard Pfeijffer.

“Het derde boek over Achim” van Uwe Johnson (uit het Duits vertaald).

De verplichte plas:

Waarom doen zo veel politici aan fietsen?

Hier te lande zeker voor hun populariteit want fietsen is volkssport nummer één in Vlaanderen.

Zo ken ik geen Waalse, laat staan, Franse fietsende politici.

(Ik zag ooit Rudy Demotte in wielerkledij op een koersfiets, maar dat is dan ook een halve Vlaming, Elio, hoe Italiaans ook, is meer een zwemmer.)

Nederlandse bewindslieden fietsen dan weer wel, zij het enkel utilitair en niet competitief.

Wellicht is fietsen niet alleen een metafoor voor het leven maar ook voor de politiek.
Je goed “prepareren”, uit de wind blijven, c.q. anderen in de wind zetten, meegaan in de goede ontsnapping, af en toe de kop overnemen doch niet te vaak, niet te veel wieltje zuigen (maakt je gehaat in het peloton), lange stukken tegen de wind kunnen rijden, in de klim je eigen tempo houden, in de afdeling het betere bochtenwerk niet vrezen, niet te vroeg de sprint aantrekken, zeker niet voor een ander, enz. enz.

En voor politici die het liever op de kleine wieltjes doen, sneller kunnen plooien dan je tegenstrevers:
http://www.brusselnieuws.be/nl/video/tvbrussel/wie-de-beste-brompton-vouwer-van-de-benelux

Zit hier geen fietsboek in?

Advertenties