Image“Een nieuw plein van tien jaar oud”.

Dat was de titel van het BDW-artikel van 24 januari 2013, bijna 1 jaar geleden.

“Kersvers schepen”, heette ik in dat artikel.

Dat mijn belofte voor de voltallige gemeenteraad verankerde: in 2015 of 2016 is het nieuwe Jourdanplein klaar.

 

Waar staan we nu 1 jaar, en vooral x vergaderingen, later: verder, nieuwer, klaarder?

Afgelopen maandag 13 januari 2014 had het schepencollege de handelaars en omwonenden uitgenodigd voor een ultieme informatievergadering voorafgaand aan het openbaar onderzoek.

Niet dat er nieuws is over het nieuwe plein van tien jaar oud.

Echter, de burgemeester had zich geëngageerd om nog een laatste keer, na jaren overleg én compromissen sluiten, voornamelijk om de handelaars tegemoet te komen, een stand van zaken te geven.

En vervolgens het openbaar onderzoek (eigenlijk twee: één voor het binnenparkje en de parking aan de Maalbeeklaan en één voor het heraangelegde plein) te laten starten.

Helaas is het wachten nog altijd op een datum voor de onderzoeken.

De molens van Beliris malen traag.

Wij in Etterbeek zijn gereed én onze visie is klaar.

Tot maandagavond 13 januari dan.

Want de handelaars, talrijk opgekomen, hebben andermaal van de gelegenheid gebruik gemaakt om luid en duidelijk hun tegenstand te laten blijken.

Middenstanders tegenstanders?

Tegen minder auto’s zeker, en onderhuids “tegen verandering” tout court.

In hun ogen functioneert het plein goed.

Enige “verbetering” die ze kunnen aanvaarden, is het beter organiseren van het bovengronds parkeren.

Lees: nieuwe witte lijnen trekken om meer auto’s te kunnen verstouwen.

Het hoeft hier geen betoog dat ik een andere mobiliteitsvisie aanhang.

Een visie die volgens mij ook beter is voor de leefbaarheid, ergo de commerciële aantrekkelijkheid én vitaliteit van het plein.

De handelaars willen daar niets van weten vanuit de auto=klant-mantra.

De onaangename bijkomstigheid van dergelijke, ogenschijnlijk democratische, hoogmissen is dat de voorstanders niet komen betogen, of hun mond houden uit angst door het hechte en redelijk intimiderende blok van tegenstanders te worden weggelachen.

Of zoals het studiebureau voor “dromers” te worden uitgemaakt, in tegenstelling tot de realisten die investeren.

Wat echter met de democraten, de bestuurders, de politiekers?

Zijn wij ook dromers?

Of zullen we eindelijk doeners kunnen worden, liefst zo snel mogelijk?

De plannen uitvoeren, na inspraak via de geëigende procedures van het openbaar onderzoek?

Doen waarvoor we verkozen zijn!

Ook al zijn de plannen onvolmaakt zoals onze overlegdemocratie, vrucht van een compromis tussen veelal tegengestelde visies, buiten in de maatschappij, binnen in het schepencollege.

 

Of moeten we deze onvolmaakte, representatieve, democratie bijvijlen met een scherp referendum, een volksbevraging over “Jourdan, rien ne bouge ou on avance?” “Autoluw of voetgangersschuw?”.

Volgens één van de handelaars zou dat een oplossing zijn, want “on est quand-même en démocratie en Belgique, non?”.

Inderdaad, ook in Etterbeek bevinden wij ons in een democratie, zij het een die geen “votation à la Suisse” kent.

Volksreferenda hebben helaas dikwijls de onhebbelijkheid meerdere antwoorden te geven op een vraag die niet gesteld is, tenzij de vraag beknopt en eenduidig is.

Zouden de huidige plannen voor het nieuwe Jourdanplein aan de ganse bevolking ter stemming worden voorgelegd, dan zou een eventuele afkeuring nog geen duidelijkheid scheppen.

Meer auto of minder auto?

De voorlopige uitkomst van jaren plannen en overleggen is nu juist een compromis dat hoogstens het adjectief “autoluw” verdient.

Een referendum zou nooit tot zo’n compromis hebben geleid, omdat volksstemmingen geen nuance verdragen.

Terwijl onze representatieve democratie er niet zonder kan.

 

Dus toch maar liever een onvolmaakte democratie en een onvolmaakt plein?

Perfecte pleinen bestaan enkel in perfecte democratieën, en die bevinden zich enkel in landen als Noord-Korea…………

Advertenties