Ik stond deze week op een receptie met een Etterbeekse “petit de” (2 maal zelfs………) over zin en onzin van de monarchie te babbelen.

De Belgische én de Nederlandse, want mijn stelling is nu eenmaal dat deze kwestie principieel, inhoudelijk en niet afhankelijk van nationale of “persoonsgebonden” factoren moet kunnen worden bekeken.

Overigens: “le petit de” was 100% voor!

Thuisgekomen zag ik op de televisie, de Vlaamse wel te verstaan, dat heel Nederland in rep en roer is omdat een vrouw van 75 jaar met pensioen gaat.

En haar job doorgeeft aan haar zoon van 45, die al heel zijn leven wordt voorbereid op dat moment.

Met deze zin kom ik onmiddellijk tot de essentie van mijn kritiek: in de wieg gelegd zijn voor één bepaald “beroep” (een roeping?) zou in normale omstandigheden door normale mensen met een normaal verstand in onze eeuw worden aangeklaagd als abnormaal, een schending van de mensenrechten zelfs.
Quod non als het om de monarchie gaat………….
Maar ja, volstrekt redelijke mensen zijn plotseling alle zin voor redelijkheid kwijt zijn als het om koningshuizen gaat en om voetbal.

In Nederland gemakkelijk te vangen onder één noemer: Oranje!

 

Het debat in België heeft een andere, meer rationele dimensie.

Enerzijds omdat de koninklijke familie zeker niet zo populair is als aan weerszijden van de Moerdijk, anderzijds omdat het argument dat de monarchie (én de Rode Duivels) het bindteken voor dit verscheurde land is, op het eerste gezicht niet zo dom lijkt.

 

Dat wat beide debatten gemeen hebben, is echter wel de personele vervuiling.

Zou de gedoodverfde opvolger al jaren door het leven hebben moeten gaan gebukt onder het volksverdict “hij kan het niet, hè”, zou hij niet zo’n verrukkelijke spontane exotische vrouw (maar toch blond) getrouwd hebben die zo snel Nederlands heeft geleerd, zou zijn moeder niet zo veel sympathie hebben verzameld door tragische gebeurtenissen in eigen huis, zou het dan niet meer over het wezen van de zaak gaan?

Nu zit de discussie monarchie versus republiek in Nederland volledig in de taboesfeer.
Hoogleraren die enkele jaren geleden met hun naam in de krant kwamen als lid van het Republikeins Genootschap, wisten niet hoe snel ze moesten verklaren dat ze hoogstens één keer naar een informele bijeenkomst van dat clubje waren geweest, op straffe van verbanning naar Ameland, of erger nog, België.

Zou Filip een vlotte jongen zijn, zou Mathilde (een mini-Maxima) niet zijn vrouw zijn, zou Laurent niet van die rare strapatsen uithalen, zou Albert geen joviale peer zijn, zou het dan ook minder over de essentie van deze rare staatsvorm gaan?
Ja en nee.
In België gaat de discussie over de personen maar zeker ook over de inhoud, en vooral als ze door de N-VA wordt gevoerd.
En het is niet omdat ik de meeste standpunten van die partij niet deel dat ik haar nu ook ongelijk ga geven.
Het spijtige is wel dat de N-VA de Saxen-Coburgs instrumentaliseert voor het gewenste einde van de BV België.

Dit gezegd zijnde, is een Belgische Republiek mogelijk en wenselijk?
En zo ja, in welke vorm?
Met een koninklijk presidentschap, op z’n Frans?
Met een roulerend presidentschap (elk gewest om de beurt), op z’n Joegoslavisch?
Of dan toch maar beter een “leeg” koningschap, met zo weinig mogelijk bevoegdheden op de ceremoniële na?

Ach, hoe meer ik er over nadenk, baat het niet dan schaadt het niet, en de mensen mogen toch ook nog een beetje dromen?
Geeft die arme Filip toch de kans om te bewijzen dat al die sceptici ongelijk hebben.
Ik ben solidair want hoeveel leraars hebben niet gezegd dat ik een onmogelijk geval was.
En ik heb nu toch al 3 keer getrouwheid aan zijn vader moeten zweren, dus met mij is het ook nog goed gekomen.
Of juist niet?

 

Om te lezen: http://analyse.deredactie.be/2013/01/31/grijze-coburgs-en-warm-oranje/

 

foto: Emiel Ketelaar

Advertenties