https://i1.wp.com/s1.hbvl.be/ahimgpath/assets_img_hbvl/2012/11/30/2434816/kopie-leonard-nolens-krijgt-prijs-der-nederlandse-letteren-id3724336-620x415.jpgVoordat ik definitief geen tijd meer heb voor iets anders dan recht toe recht aan vertalen voor de Unie (50%) en schipperen als schepen voor Etterbeek (50%) een laatste kleine bijdrage over litteratuur.

Leonard Nolens heeft namelijk de Prijs der Nederlandse Letteren ontvangen uit handen van Pascal en Bea.
[lees hier]
Proficiat!
Ik ben jaren een groot Nolensfans geweest.
Ging ook naar zijn voorleesoptredens en liet daar signeren.
Zo heb ik een gesigneerd exemplaar van “Hart tegen hart”, “Voor R.W. Hendrickx, Brussel, 5 XI 93” en een van “De Liefdesgedichten”, “Voor Rik Jellema, de neef van mijn vriend Cor, 21 XII 97”.

Maar wie is toch die mysterieuze R.W. Hendrickx? Niemand anders dan de would be poëet Reimer Willem Hendrik Jellema, die niet bekend wilde worden onder de naam Jellema omdat er al een C.O. was, maar wel onder een vergelijkbaar pseudoniem (2 initialen + achternaam op z’n Vlaams met “ckx”).
Vier jaar later had ik die hoop kennelijk reeds opgegeven en gaf ik mijn eigen naam voor een opdracht.

Bij het horen van de naam “Jellema” stopte de krassende vulpen van Nolens, hij keek op van het witte vel en vroeg “bent u familie van Cor Jellema?”.
Ik moest dat beamen, hij van de Groninger tak, ik van de Friese, maar wel degelijk verre familie.
Als ik me niet vergis waren zijn overgrootvader en mijn betovergrootvader broers.
We hadden elkaar nooit ontmoet, alhoewel ik hem kende van de Groninger letterenuniversiteit waar hij doceerde en ik studeerde.
Sterker nog: mijn studeerkamer thuis bood een inkijkje in zijn werkkamer aan het tegenoverliggende faculteitsgebouw in de Grote Rozenstraat.
Ik Frans, hij Duits.
Maar van mijn bestaan wist hij waarschijnlijk niets af.

Tot ik C.O. Jellema op verzoek van Nolens schreef.
Niet onmiddellijk.
Maar Nolens drong aan bij een volgende litteraire ontmoeting: Cor heeft zelf geen kinderen maar is wel erg in familie en stambomen en zo geïnteresseerd. Schrijf hem eens, dat zal hij leuk vinden.
Hij gaf mij Cors adres en uiteindelijk schreef ik de dichter C.O. Jellema.
Die enthousiast terugschreef.
En zo werd de dichter C.O.J. neef Cor.

We ontwikkelden een redelijke trouwe briefwisseling, hij keurde mijn gedichten, ik ging meerdere keren naar zijn Oost-Groningse paradijs Oosterhouw waar hij met zijn vriend, de tuinarchitect Klaas Noordhuis woonde, dichtte en rozen snoeide (was dat niet hetzelfde voor hem?).
Cor en Klaas kwamen ook een keer naar Brussel, waar we het Van Buurenmuseum met zijn mooie tuinen (rozen!) bezochten.
Cor droeg zelfs een gedicht aan mij op “Nazaat”, dat in een van zijn laatste bundels staat.
Het werd tot mijn grote verrassing vanaf de kansel voorgedragen toen hij in 2003 op 66-jarige leeftijd – even oud als mijn vader – in Leens begraven werd.
Mijn emoties toen in die koude, strenge kerk zou zelfs een groot dichter als Nolens niet kunnen verwoorden.
En zelf heb ik mij er nooit aan gewaagd.

Toen ik Cor in 2000 vertelde dat ik verkozen was en dat politiek en poëzie niet zo goed samen gingen, zei hij half-ironisch half-ernstig: We hebben al een beroemde dichter in de familie, nu nog een bekend politicus.

Daar dacht ik aan toen ik las dat Nolens de belangrijkste Nederlands-Vlaamse letterenprijs had ontvangen.
Ofschoon ik nog maar weinig met poëzie bezig ben, vermag ik wel het dichterlijke van deze omweg in te zien: via de dichter Nolens werd zijn vriend, mijn verre neef, die jaren nijver onder mijn venster had zitten rijmen zonder mij te kennen, een verre vriend.
Vandaag denk ik, opnieuw dankzij Nolens, met dankbaarheid terug aan die vriendschap.

“hoe in dit leven zoveel vrucht te dragen, dat iets, een ziel, niet met het vlees vergaat”
C.O. Jellema, Nazaat, voor Reimer W.H.J”

 

foto: hbvl.be

Advertenties