Vrijdagavond naar een concert in de AB geweest: de peetvader van de Ethio-jazz, zoals Brusselnieuws hem noemt, Mulatu Astatke.

Nu ben ik al jaren een fan van de Ethiopische muziek, vooral die van de jaren ’60, ’70 die ik toevallig ontdekt heb dankzij een box met 50 jaar Afrikaanse muziek, en niet via de film Broken Flowers van Jim Jarmusch.
Zo te horen aan het applaus voor de nummers uit die film die Astatke vrijdagavond speelde, was veel van het jong volkje dat op de oude baas was afgekomen ook Jarmusfan.
Niets mis mee. Ik ook.

Er was ook niets mis met zijn aanstekelijke mix van jazz, funk en Ethiopische muziek.
Alleen hoor ik liever de kortere nummers mét zang in die volstrekt onbegrijpelijke taal, die dus niet afleidt van de essentie: melodie en ritme.
Daarvan heb ik inmiddels vele CD’s uit de serie Ethiopiques.

De reden van dit blogje is een andere, want ik ben mij heus niet aan het omscholen tot muziekrecensent.
Het is een samenloop van omstandigheden waardoor ik mij plotseling een Mulata Astatke voelde, een krasse oude baas, omgeven door enthousiaste jongeren die zijn kinderen of zelfs kleinkinderen konden zijn.

 

Een spelverdeler, niet meer van de snelste, maar met inzicht.
Een survivor.

 

Niet dat Mulata behalve oud ook out is.
Hij swingt nog als een trein, al vond ik zijn vibrafoonspel lang niet zo fris als op die oude platen.
Soit.

Maar ik heb de laatste tijd iets te veel tekenen aan de wand gelezen die mij schijnen te willen zeggen: je wordt ouder papa, geef het maar toe, je wilt er alles aan doen maar je weet niet hoe (vrij citaat van een mindere muzikale god, Peter Koelewijn?).

Zo vergader ik de laatste tijd dikwijls met mensen van Groen die allemaal zonder uitzondering jonger zijn dan ik, een stuk jonger.
Zo jong als mijn oudste zoon bijvoorbeeld………..
Zo kreeg ik deze week een mail van GroenPlus dat mij wilde huldigen als verkozene van 55+: HELP!
Zo kocht ik mijn eerste smartphone………, gelukkig met mijn zoon, want anders weet ik niet met welk “voordeelpakket” ik was thuisgekomen.
Zo zat ik daar het hele weekend mee te knoeien om alle kneepjes te doorgronden.
Zo werd ik er vorige week genadeloos afgefietst in het laatste van onze bijna 5 uur durende zondagse “sortie” met de Brussels Big Brackets.

Ok, ik kan nog mee in de politiek.
Ok, als ik wat meer train kan ik langer volgen op een klim.
Ok, ik loop de 20 km nog elk jaar in een behoorlijke tijd.
Ok, ik zwem nog 3 keer per week.
Ok, ik kan nog een beetje vertalen (alhoewel: ook op het werk sta ik technologisch gesproken op de toppen van mijn tenen)
En zo zou ik nog wel een tijdje kunnen doorgaan met echte en valse redenen te bedenken waarom ik noch oud noch out ben.
Een echte Astatke.

 

De kunst van het veldspel beheersend, en er zo “mee weg komen”.

Iedereen weet dat als je in de politiek niet op tijd weg bent, je te lang bent doorgegaan.
En dat men vooral dat laatste onthoudt…………..

 


Om niet te triestig af te sluiten – ja er mag met/om mij gelachen worden: het heeft een volle dag geduurd voordat ik binnenkomende telefoontjes kon beantwoorden omdat ik eerst wanhopig op het groene telefoontje drukte in plaats van het naar rechts te verslepen.
Zo slepen wij ons naar het einde.

 

Wat is de eeuwigheid lang, vooral naar het einde toe, om Woody Allen te citeren.

Advertenties