Wat gebeurt er nu?
Wordt deze “wereldburger” (niet in Toscane, wel op een andere berg) plots een kaakslagflamingant?
Is de taal dan toch gans het volk………. in Brussel?
Vliegt de blauwvoet en wappert de leeuwenvlag aan huize Jellema?

Geen schrik.
Ik richt mijn “wilde noordertonen” niet tegen bastaards en lauwaards.
Wel tegen bastaardtaal en lauwe Vlaamse zonen “in der tijden wolk”.

In Sint-Gillis gebruikt burgemeester Picqué, die nochtans zelf heel behoorlijk Nederlands spreekt, kromtaal in zijn officiële communicatie met de Vlaamse zonen en dochters tussen 3 en 10 jaar. [klik hier]

Ondanks “de uitdrukking van (zijn) zeer bijzondere hoogachting” minacht hij – door tussengeplaatst ambtelijk persoon – klaarblijkelijk het jong vrij kerelsvolkje in zijn gemeente.

Nu is dit schering en inslag in onze dierbare “baronieën”.
Dat was zo voor er Vlaamse schepenen waren, en het zal zo blijven met Vlaamse schepenen, “Lombard” en “Lambertmont” ten spijt.
Tenzij het kerels en wijven zijn die van zich afbijten…..

De reacties op dit artikel op Brusselnieuws, en vooral de wijze waarop de Vlaamse schepen uit de wind wordt gezet, doen mij glimlachen.
Hoe vaak heb ik in Etterbeek het gebruik van vrije vertalingen niet aan de kaak gesteld?
Onder onze vorige schepen, wijlen Michiel Vandenbussche – een begenadigd spreker -, en onder onze huidige schepen, “Bokske”, zoals hij systematisch ‘en publique’ door onze burgervader wordt genoemd.
Is zo’n koosnaampje al niet een veeg teken van zijn soortelijk gewicht?
Nomen est omen………. is no-one?

Ik zal wel nooit Vlaams schepen “Rikske” in Etterbeek worden.
Misschien is dat ook niet nodig om vast taaltoezicht te houden.
Ik deed dat zes jaar lang vanuit de oppositie.
Met een beetje zelfoverschatting durf ik te beweren dat de kwaliteit van het ambtelijk Nederlands in Etterbeek mede door mij is verbeterd.
Had Etterbeek zonder mijn gedram een vertaler in dienst genomen, die ervoor zorgt dat La Vie Etterbeekoise nu zonder schaamte ook als Leven te Etterbeek door het leven kan gaan?
Gelukkig blijft er nog genoeg stof tot drammen.
Onlangs wees ik er in het Directiecomité van het Autonoom Gemeentebedrijf  op dat de website van het Etterbeeks zwembad dat wij bestieren wel een likje taalverf kan gebruiken. [klik hier]
Je zal maar als “invalide” L’Espadon binnen gaan en, eenmaal gereinigd door het water van De Zwaardvis, als “ongeldige” naar buiten strompelen.

Wat ik wil zeggen tegen de mensen die de Vlaamse schepen van Sint-Gillis en al zijn collega’s trachten te verschonen, is dit:  ook al mag je ze niet met alle zonden Israëls overladen omdat een schepen geen vertaler is en niet elke communicatie naast de Dikke van Dale kan leggen, toch moet hij als vertegenwoordiger van het vrije kerelsvolk voldoende respect afdwingen om dit soort kemels uit te bannen.

Voor straf moet de Dienst Cultuur van Sint-Gillis de volgende strofe uit de Blauwvoet hertalen naar hedendaags Nederlands:
En hier staan wij, ’t hoofd omhoge,
Vuisten siddrend, kokend bloed;
Vlam in ’t herte, vlam in de oge,
En ons naam ons trillen doet!

En voor wie in taal is geïnteresseerd, volgt hier kort de geschiedenis van de blauwvoet, om aan te tonen dat taal levende materie is die je niet in een keurslijf kunt dwingen.
Er gebeuren soms vreemde dingen in het lange leven van een woord.
Zo is de fiere blauwvoet die menig flamingant al door het zwerk heeft zien vliegen als voorteken van storm op zee, “in onze taal vermooscht” om met zijn geestelijk vader Albrecht Rodenbach te spreken.
Zij het niet door “hollandsche pedanten”.
Eerste vermoosching: de blauwvoet is geen vogel maar een Veurnse familie, genaamd Blauvoet.
Tweede vermoosching: de Noordse stormvogel “jan-van-gent” waarnaar de blauwvoet zou verwijzen, heeft niets met de persoon Jan van Gent te maken.
Het zou gaan om een verbastering van de Keltische naam van de vogel (Iers: ganainéad, Engels: gannet)
C’est fou (de Bassan) hein?

foto: http://www.flickr.com/photos/ex_magician/ / CC BY 2.0