foto: (c) Herman Sleebus

Beste Henny, Fred en Diane, beste familie en vrienden uit Nederland en België.
Beste fietsers, groenen en andere medestanders van Astrid.
Lieve Astrid.

Dat ik hier nu sta om een laatste woordje over jou te zeggen, is niet zo vreemd.
Als Nederlanders in Brussel hebben onze wegen elkaar dikwijls gekruist.
En zijn onze sporen steeds vaker gelijk gaan lopen.

Niet zo verwonderlijk als je in Brussel belandt i.v.m. Europa en gaandeweg van dat nogal abstracte project afdaalt naar die zeer concrete strijd voor een stad waarvan je bent gaan houden.
Je belandt dan al snel als dagelijks fietser bij de Fietsersbond, Gracq, ProVélo, etc.
En je wilt, ondanks je beperkte democratische rechten, niet langs de zijlijn blijven staan en engageert je bij een politieke partij, natuurlijk een progressieve.
En als die ook nog ecologisch moet zijn, dus bij Agalev, later Groen!

Wij kwamen elkaar dus vaak tegen op de fiets en bij Groen!
Als personeelslid, lid van het nationaal PB voor Brussel en dus lid van het Brussels PB, OCMW-raadslid in Elsene en gewoon militant, en dus vergaderde je tot je een ons woog, en tijdens campagnes plooide, plakte en buste je tot je er bij neer viel.
Je vierde de overwinning van juni 2009 uitbundig mee.
En, omdat je op dat moment “toevallig” toch niets om handen had, bood je aan in het back up team voor de regeringsonderhandelingen te gaan zitten.
We hebben het geweten!
Degelijke nota’s over mobiliteit, fietsen, het STOP-principe enz. enz.
Tot in de nachtelijke uurtjes was je beschikbaar voor amendementen, verbeteringen, toevoegingen.
Je strenge hand is te ontwaren in het regeerakkoord dat na bijna 2 weken onderhandelingen op tafel lag.

En toen begon er weer zo’n moeilijke periode voor je.
De zoveelste.

Je wou zo graag op het kabinet van Bruno De Lille werken, onze allereerste Groene staatssecretaris in Brussel, waar je zo trots op was.
En die dat sterke mobiliteitshoofdstuk moest gaan uitvoeren, met z’n collega’s in de Brusselse regering.
Je belde me in augustus verschillende keren op omdat je nog geen zekerheid had of je was aangenomen op het kabinet.
Dat was de eerste keer dat ik een zekere breekbaarheid bij je ontwaarde.
Zelfs tijdens je 1e ziekteperiode had ik je altijd ijzersterk gezien.
Nu liep je thuis tegen de muren op.
Je wilde aan de slag: nu, onmiddellijk, subiet!

Ik stelde je gerust: het kabinet neemt alleen de besten, en dus gaat dat lukken.
En het lukte natuurlijk.
Je werd aangenomen en begon vol enthousiasme.
Tot die rotziekte weer terug kwam.
En ook toen bleef je moedig.
In december was je zelfs een tijdje helemaal van de wereld.
Om er begin 2010 weer te staan.
Het mirakel van Astrid.
Maar er kwam helaas geen tweede.

Astrid, wat was je sterk!
Als ik ’s avonds met je bergop fietste na een lange vergadering op het Groenhuis, richting Elsene, had ik moeite je bij te houden.
Zelfs op die zware fiets van je waarvan alleen de grote versnelling werkte.
En bij een fietsvooropstelvak belde je heftig of tikte je op een autoruit om een domme automobilist erop te wijzen dat hij in ONS vak stond.

Zo was je ook…………… soms.
Dat Hollandse vingertje kwam er wel eens aan te pas.
Niet alleen aan je fietsbel maar ook op vergadertafels.
Je wees ons op beslissingen die vroeger genomen waren, op de statuten, op wat er in het PB gezegd was en volgens jou echt bedoeld werd.
En ik dacht bij mezelf (net zoals aan dat vooropstelvak): Astrid, niet zo Hollands, we zijn hier in België, erger nog, Brussel, een beetje flexibel asjeblieft.
Maar je had natuurlijk gelijk.

En dat gelijk ga je ook krijgen, lieve Astrid.
Want we gaan jouw strijd voortzetten.
Die ecologische hoofdstad komt er, niet vandaag of morgen, maar wel binnen één of twee regeringsperiodes.
Het gewestelijk fietsroutenetwerk komt er eindelijk ook, sneller dan dat liefst.
En de fietsverbindingen met Vlaanderen zeker.
Onze staatssecretaris, onze parlementsleden, en alle andere Groene en fietsvrienden werken daar hard aan, elke dag.
We zijn dat aan jou verplicht, lieve Astrid.

De laatste keer in het ziekenhuis zei je dat je, als je nog een goede periode zou hebben, graag met de Prius van het kabinet een dagje door Brussel zou rijden.
Om die stad waarvan je zo veel hield nog eens te zien.
Elke en ik stelden toen voor om je in een riksja rond te rijden.
We hebben er samen om gelachen, omdat het zo surrealistisch was.
Dat was het woord dat je, lucide als altijd, gebruikte.

Het is er niet meer van gekomen.
Je ging nog één keer bergop met je zware versnelling.
Wilde nog één keer in je eigen vooropstelvak staan.
Maar de bezemwagen haalde je in.
Je moest afstappen.

Einde van de race.
Te vroeg voor zo’n straffe madam, met zo veel energie, zo veel vechtlust, zo’n heldere lach, zo’n klare kijk.

Wat komt er na die bezemwagen?
Het grote zwarte gat?
Of fiets je nu daarboven ergens, op je zware fiets?
Maar met vleugeltjes, dat gaat een stuk sneller.
En voor wie gelooft in meer dan één leven, als je terugkomt in een hogere verschijningsvorm omdat je die eerste keer zo’n goed mens was, dan kom je terug als een dure, op maat gemaakte, koersfiets, vederlicht, carbonframe, elektronische versnellingen, merk “Petite Reine Astrid”.
En jij laat anderen vliegen op je vehikel.
Zoals je de Fietsersbond liet winnen.
Zoals je Groen! sterker maakte.
Zoals je ons vleugels gaf.

Beste familie, lieve vrienden,

Wat we ook geloven over het hierNAmaals of het hierNUmaals en wie of wat dat ook bestuurt en bestiert, Astrid heeft niet voor niets geleefd…………. hier.
Kijk maar eens rond met hoeveel we zijn om afscheid te nemen van dat stevige Amsterdamse meisje dat ze in Brussel nooit zullen vergeten.

Adieu Astrid, n’ dikke, dikke merci.