Dinsdag 26 mei:

Gisteren plakten we de Nederlandstalige kiezers, vandaag “mijn” Europeaantjes.

Een duidelijk afgebakend doelpubliek dat de kiezerslijsten opleveren dank zij een lettercode voor de nationaliteit.

In Etterbeek heeft zo’n 800 Europeanen zich ingeschreven voor de Europese verkiezingen.

De Franstalige adressen krijgen een persoonlijke brief in het Frans (recto) en Engels (verso).

De Nederlandstalige (niet noodzakelijkerwijs allemaal Nederlanders) enkel in het Nederlands.

Onnodig te zeggen dat die laatste categorie maar een dertigtal adressen bevat.

Een Etterbeekse schepen (FDF) wees mij er enige tijd geleden “subtiel” op dat hij mijn oudste zoon in de grootste groep had ontdekt.

Zo heeft elk huis zijn eigen kruis…..

Maar een brief van mij krijgt hij toch, en mijn vrouw ook.

Mijn jongste zoon dan weer niet, want die is onlangs Belg geworden (hij wel!).

We p(l)akken er ook nog een dikke 300 landgenoten bij die we uit de kieslijsten van een paar andere gemeentes halen.

Mooi meegenomen, al ben ik principieel wel tegen “etnisch stemmen”………. voor andere partijen, zoals PS, CdH enz.

Rond 20 uur sta ik dan weer te flyeren met mijn canvaskaartjes voor de poorten van het Flagey-gebouw.

Etnisch flyeren, wel te verstaan.

Mijn eurorealistische neef René Cuperus, 5e voor de Nederlandse PVDA, komt spreken.

Hij bevindt zich in het gezelschap van niemand minder dan De Man Van Eén Miljoen Stemmen, Leo Tindemans.

Aan de ingang deel ik mijn kaartjes (drietalig) uit aan het voornamelijk Nederlandse publiek.

Ligt het aan hun nationaliteit of aan het feit dat er in Nederland nog amper campagne wordt gevoerd?

Bijna iedereen die zichtbaar en hoorbaar mijn landgenoot is, neemt zeer vriendelijk en beleefd in woord en gebaar mijn kaartje in ontvangst.

Het publiek dat zichtbaar en hoorbaar Belg is, toont zich gereserveerder of zelfs afkerig.

Helaas zitten er meer potentiële kiezers in de tweede dan in de eerste categorie.

Tindemans daarentegen zegt dat zijn vrouw nog niet weet voor wie ze zal stemmen voor Europa.

De olijkerd.

In het debat valt mij op hoe alert zijn geest nog is.

Als ik zijn geboortedatum zie, besef ik dat hij slecht één jaar jonger is dan mijn vader zaliger nu geweest zou zijn.

Ik kan me mijn vader, die 66 was toen hij overleed, niet voorstellen als een grijsaard van 88 jaar.

Neef René is scherp als vanouds.

Zijn dada ken ik in inmiddels: hoe meer Europa de natiestaten wil vervangen, hoe heviger de opstand van het volk tegen dat elitaire project.

Hij is overtuigend……… als je hem voor de eerste keer hoort.

Een tikkeltje eigenwijs, en misschien iets te assertief.

Bij een overwegend Hollands publiek pakt dat echter wel, al zegt een collega van mij na afloop “Wat een onzin vertelde die Cuperus”.

“Mijn neef bedoelt U?”

Ik ben stikjaloers op hem.

Een debat over Europa, en nog wel in het buitenland.

Met Leo Tindemans of all persons.

Ik heb in mijn bloedeigen hoofdstad van Europa nog geen minuutje mogen debatteren met de grootste minkukel.

Derk-Jan Eppink, om maar een willekeurige kandidaat te noemen.

En bovendien heeft René een persoonlijke (vrijwillige) assistente, die hem overal vergezelt.

Van Dokkum tot in Brussel.

Van Oude Pekela tot in het Europees Parlement?

Jong en knap is ze ook, al is dat bijzaak als je voor een goede zaak strijdt…..

We blijven nog geruime tijd hangen in het Belgacafé.

Ik praat wat met Nederlanders en Belgen.

Opmerkelijk is dat die laatsten niet tot de mij bekende netwerken behoren, en dat ze mij ook niet kennen.

Zeker twee, drie keer is het van “bij jullie….” als ze het over de Europese verkiezingen hebben, denkend dat ik net als René in Nederland opkom voor Europa.

Na 22 jaren in dit Brussel maak ik het testament op van mijn dodelijk accent.

En de Commissie Naturalisaties……… kan tevreden zijn en hoeft niets meer te krijgen, dat wil zeggen zij heeft toch gelijk gehad?

(vrij naar Boudewijn de Groot: “Testament”)