overgenomen van de standaard online

Op 7 juni kiezen we niet alleen een nieuw Vlaams, maar ook een Europees parlement. Zodat u toch zeker voorbereid het stemhokje in zou kunnen gaan, laat De Standaard Online iedere dag een Europees kopstuk antwoorden op dezelfde vier vragen. Vandaag: Bart Staes (Groen!)

1. Waar liggen de grenzen van de Europese Unie? En moeten we Turkije toelaten?

Ik zie Europa in de eerste plaats nog steeds als een vredesproject. Het is de op wereldschaal best geslaagde oefening in conflictpreventie ooit. De meeste uitbreidingen van de EG (later EU) waren steeds succesvolle oefeningen om te zorgen voor stabiliteit, democratie, welvaart en welzijn; En dat niet alleen in de landen die toetraden maar ook in de oorspronkelijke lidstaten.

Toen ik op de banken van de middelbare school zat, waren 13 van de huidige 27 lidstaten nog dictaturen: Spanje, Portugal en Griekenland en de tien voormalige Oostbloklanden. De uitbreiding zorgde er telkens voor dat de nieuwe, jonge en prille democratieën uitzicht kregen op stabiliteit. Het is een trage vooruitgang geweest, die dag aan dag moet vervolledigd worden. Ook een mogelijke uitbreiding met de landen van het voormalige Joegoslavië moet in dat licht bekeken worden. Serven en Kosovaren kunnen alleen in zekerheid en met een gerust gemoed samenleven als ze uitzicht hebben op lidmaatschap van de EU.

En in dat licht bekijk ik ook de gesprekken met Turkije, een land met wie we veel meer geschiedenis delen dan velen willen weten.

Vooreerst: al in 1963 werd Turkije uitzicht op lidmaatschap beloofd. Dat werd herhaaldelijk bevestigd tot diep in de jaren 90. Fatsoen in de politiek betekent dat je die belofte honoreert. Dat was dus één van de redenen waarom ik in december 2004 stemde voor het opstarten van de onderhandelingen met Turkije over mogelijk lidmaatschap.

Het is eens te meer een oefening in conflictpreventie. Doorheen de gesprekken Turkije de weg tonen naar meer democratie, eerbied voor de rechtsstaat, respecteren van de rechten van minderheden. De minderheden in Turkije (Alevieten, Koerden, etc.) vragen ons allemaal de onderhandelingen te gebruiken om hun rechten te versterken en te vrijwaren…Het is nog niet perfect maar er is progressie. Bovendien moet Turkije doorheen de onderhandelingen onze milieu- en sociale normen overnemen. Ook dat is een goede zaak.

Zullen de onderhandelingen lukken? Zullen we erin slagen Turkije de goede kant uit te duwen? Wordt Turkije een moderne staat? Ik weet het niet. Wel weet ik dat op dit moment er pas een akkoord is over één van de 35 hoofdstukken waarover de EU en Turkije het eens moeten zien te worden.

Maar ik vind het belangrijk deze oefening te doen. Als pakweg over 15 jaar Turkije inderdaad ten goede is veranderd dan hebben we een ongelofelijke bijdrage geleverd aan de democratie en aan stabiliteit in onze directe levenssfeer. En daarom hoop ik dat de onderhandelingen zullen slagen. Pas als die mislukken kunnen we nadenken over andere formules. Als u mij vraagt morgen te stemmen over lidmaatschap: dan stem ik duidelijk neen. Want op dit ogenblik voldoet Turkije niet aan de voorwaarden.

Overigens is de toetreding van Turkije tot de EU geen zaak voor het EP waarvoor we op 7 juni stemmen, want het zal zeker niet voor de eerste vijf jaar zijn. Toch spreken vele politici nu graag over Turkije omdat ze daarmee kunnen scoren door in te spelen op de anti-islamitische sentimenten, die zij vaak mede zelf gecreëerd hebben. Iemand als president Obama ziet intussen ook in dat dit ons alleen maar verder weg van een veiliger wereld brengt.

2. Welke rol kan Europa spelen in de aanpak van de crisis?

Never waste a crisis: in deze tijden van crisis moet de Europese Unie niet minder dan zichzelf heruitvinden. Europa kan en moet meer doen en vooral beter. Meer door eenvoudigweg meer te investeren en beter door die investeringen voor een veel groter gedeelte te investeren in die sectoren die een duurzame toekomst hebben: eco-technologie in bijvoorbeeld waterzuivering, isolatie, afvalverwerking, nieuwe bio-chemie, CO2-arm transport, duurzame energiebronnen enz.

Dit is geen groene dromerij, maar realiteit. Uit de eerste resultaten van een in opdracht van de Europese groene fractie gemaakte studie (het Duitse Wuppertal Instituut) blijkt dat de mondiale markt van eco-industrie nu al goed is voor 1000 miljard euro en tegen 2020 zal verdubbelen. In de EU echter gaat om ‘maar’ 270 miljard, ofwel 2,7 % van het BNP. De potentie voor duurzame groei en werkgelegenheid is gigantisch (nu al 1,8 miljoen jobs in Duitsland alleen) nu ook China en andere groeilanden deze sectoren in een rap tempo ontdekken.

De Europese groenen voeren daarom gezamelijk campagne met een Green New Deal als streefdoel, dat ook na de verkiezingen hét strijdpunt van de groenen blijft. Wereldleiders als Al Gore en Ban Ki-moon pleiten er letterlijk voor, wetenschappers wijzen op de noodzaak, vakbonden maatschappelijke organisaties zien het nut.

Zelfs Guy Verhofstadt gaf afgelopen zondag het in een TV-debat met mij, Van Brempt en Dehaene toe. Hij zei letterlijk: “Bart Staes en zijn beweging hebben al een hele tijd gepleit voor zo’n groene innovatie. Daarin moeten we objectief zijn. Maar nu is er een consensus. Hoe kunnen we naar een niet-fossiele economie gaan”.

Het probleem is dat er in Europa géén consensus is! Sterk vertegenwoordigde groene partijen zijn in heel Europa nodig om deze ‘groene innovatie’ ook echt te bewerkstelligen. Zelfs heel recente stemmingen tonen het zwart op wit aan aan: veel partijen of politici praten wel groen, maar stemmen in het Europees Parlement grijs.

En ook keiharde cijfers uit de studie tonen aan dat onze kritiek op de Europese herstelplannen juist zijn: de VS investeren ongeveer 2 % van het BNP in herstel van de economie en daarvan is zo’n 12 procent groen. China geeft ruim 7 % van het BNP uit en daarvan is zo’n 38 % groen. (Zuid-Korea zit op 80% groene investeringen!). De EU 27 geeft maximaal 1 % uit van het BNP uit aan daarvan is hooguit 17 % groen (verschil per lidstaat en de bedragen zijn veel lager). Voor België is dit 2,8 miljard dollar met een groen aandeel van quasi nul. Voor Vlaanderen is dat 1,18 miljard dollar met een groen aandeel van bijna 6 %.

Als kippen zonder visie rennen politici met emmers geld van de ene financiële put of bank naar de andere fossiele industrie, om maar te hopen dat de sputterende economische motor weer gaat draaien en we rustig naar business as usual kunnen. Tegen beter weten in, natuurlijk. Want de meeste politici weten donders goed dat het nooit meer hetzelfde wordt. Het kán ook nooit meer hetzelfde worden omdat de westerse wereld keihard met de neus op de grenzen van de zogenaamd grenzeloze groei is gebotst.

Maar daarom hoeft er nog geen afschuwelijke tijd aan te breken. Als er nu en de komende jaren juiste politieke en persoonlijke keuzes worden gemaakt, kan het juist een tijd van optimisme en hoop worden. Precies datgene waarmee president Obama de Amerikaanse nachtmerrie weer naar een droom probeert te masseren.

3. Waarom ligt niemand wakker van Europa? En is dat een probleem?

Niemand, lijkt me overdreven. Maar de betrokkenheid bij de Europese democratie is te gering: als de helft van de Europese kiezers zijn stem komt uitbrengen is het veel.

Deels heeft dat te maken met een gebrek aan kennis en informatie, hetgeen weer samenhangt met een gebrek aan serieuze, structurele media-aandacht voor wat er gebeurt. Enkele goede uitzonderingen daargelaten willen media hun journalisten alleen maar over de EU laten berichten als er schandalen zijn.

Ik ben de eerste om – mede vanuit mijn werk in de commissie budgetcontrole of de fraude commissie – wantoestanden aan te klagen. Het was overigens de groene fractie die aan de basis lag van het wegsturen van de Europese commissie onder Santer, tien jaar geleden.

Voorts bestaat er een groeiende en deels begrijpelijke onvrede en onbehagen bij mensen, als gevolg van onzekerheid, mondialisering, migratie. En zij projecteren die onvrede op elites en op een abstract en ingewikkeld project genaamd Europese Unie. Daarnaast moeten politici ook de hand in eigen boezem steken en hun werk als Europees volksvertegenwoordiger serieus nemen en bereid zijn daarover verantwoording af te leggen.

Het klinkt opschepperig maar ik heb mijn job zeer serieus genomen: volgens verschillende beoordelingen scoor ik goed. Ik eindigde op parlorama.eu op de 41ste plaats van de 785 parlementsleden omdat ik aan 98% van de zittingen deelnam. En gisteren eindige ik op de 7e plaats in een onderzoek van Open Europe die onderzocht hoe zij stemden en werkten op thema’s als het promoten van transparantie, het afleggen van verantwoording en democratische hervormingen.

Die erkenning is belangrijk omdat ik mijn werk serieus neem. Tegelijk zie ik soms tandenknarsend toe hoe sommige politic – zie het schandaal in Engeland – het niet zo nauw nemen met regels en belastinggeld. Het voedt anti-politiek en een asociale ieder-voor-zich mentaliteit (die in sinds 1989 door de neoliberale storm toch al sterk vertegenwoordigd was). Dus ik denk dat Europese politici ethiek en het dienen van een algemeen belang weer voorop stellen.

Maar iedereen zijn verantwoordelijkheid: het is ronduit lichtzinnig en zelfs gevaarlijk wanneer Europese burgers makkelijk vergeten dat het Europese project een in de Europese geschiedenis ongekend lange periode van grote welvaart en vrede heeft gebracht.

De actuele paradox is dat steeds meer concepten van vrouwe Europa zoals milieubeleid en sociale bescherming overal ter wereld worden overgenomen, maar dat de Europeanen in haar boezem spugen. Of ongeïnteresseerd wegkijken. Het Europees Parlement krijgt met het Verdrag van Lissabon nog meer bevoegdheden en macht, en steeds minder mensen nemen de moeite om te stemmen. Of ze stemmen zogezegd eurosceptisch of eurorealistisch, partijen met vooral negatieve antipolitiek. In Nederland wil de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders (grootste in de peiling) zelfs het Europees Parlement afschaffen.

Ik zou het dus meer dan tragisch vinden als een meerderheid van de Europese kiezers niet eens de moeite neemt – en in vele landen waarschuwt men daarvoor – om naar de stembus te gaan. Het is aan ons – politici – maar ook media, maatschappelijke organisaties, wetenschappers en geëngageerde burgers om zoveel mogelijk mensen te inspireren en tegen de zelfverklaarde eurosceptici of de zogenaamde eurorealisten in te wijzen op het ongekende succes van gedeelde Europese solidariteit en vredesbeleid.

4. Wat is uw strijdpunt voor Europa?

De Green New Deal! De groenen stellen dat wat we nu meemaken een samenkomst is van drie, met elkaar verbonden crises: een economische, een ecologische en een sociale. De groene fractie in het EP verzet zich daarom tegen het promoten van een ‘Europees herstelplan’ dat bestaat in het terug op gang brengen van het oude model.

Het pompen van enorme sommen in dat model is dus een serieus risico op het verdiepen van de ecologische en sociale crises. Dus niet domweg de vraag aanjagen om zo de productie weer op peil te brengen. Volgens de groenen moet het economische herstelplan veel groter zijn, maar vooral beter gecoördineerd, doelgerichter dan hetgeen waartoe de Europese leiders besloten. Hieraan gekoppeld is er de noodzaak om nieuwe financiële financieringsinstrumenten mogelijk te maken, bestaande financieringsbronnen te heroriënteren (Europese Investeringsbank, Structuurfondsen enz).

De groenen vinden dat de huidige aanpak niet Europees genoeg is en bovendien niet consequent gefocust is op toekomstige behoeften. Energieproductie en -voorziening zijn hier cruciaal. Verschillende eng gedefinieerde nationale plannen moeten overkoepeld worden door een Europese energiestrategie.

Het is dus eenvoudig: de bulk van de geplande investeringen moeten naar duurzame, ecologische investeringen gaan. In de eerste plaats voor alles wat met energie te maken heeft, maar niet alleen daar. Europa moet na het landbouwbeleid nu proberen zelfvoorzienend te worden wat energie betreft.

Een gezamenlijke aanpak zal meer opbrengen dan de vrije markt ooit zou kunnen: lagere energiefacturen, minder energieafhankelijkheid van staten als Rusland, minder oorlogen om fossiele brandstoffen, een rem op klimaatverandering, een betere levenskwaliteit voor burgers (minder vervuiling).

Een vergroening van de economie heeft de potentie om miljoenen nieuwe en duurzame jobs in Europa te creëren en levert een dividend dat voor iedereen van belang is, niet alleen voor een handvol aandeelhouders. De Europese Commissie raamt het aantal groene jobs vandaag al op 3,5 miljoen. 8 miljoen als je ook allerlei toeleveranciers meerekent.

Een investering van 120 miljard euro in hernieuwbare energie (1 procent van het Europese BNP) zal volgens een recente studie al ruim 2 miljoen nieuwe jobs opleveren. Een investering van 100 miljard euro per jaar in groene technologie kan in heel Europa ongeveer 5 miljoen jobs opleveren, waarvan de helft in de komende twee jaar. De volgende industriële revolutie kan niet anders dan een Groene revolutie zijn. Gezondheid!

Tegelijk moet via strenge regulering, het financiële systeem weer stabiel en betrouwbaar gemaakt worden. Ten eerste via regelgeving die een te grote concentratie van geld en macht onmogelijk maakt. Banken moeten dus weer een precieze taakomschrijving krijgen en weer dienaars van de reële economie worden. De laatste decennia was dat principe juist omgedraaid.

Er moeten internationale regels komen omtrent afdwingbare transparantie, open boekhouding en supervisie, hetgeen dus vloekt met bankgeheimen en belastingparadijzen. De regels voor financiële instellingen betreffende de solvabiliteit en het doen van risicovolle transacties moeten scherper dan die onder de Basel II afspraken. Elke financiële instelling die zich niet wil onderwerpen aan internationale regels kan gesanctioneerd worden.

Er moet een bevoegdheid komen voor de Europese Centrale Bank als Europese financiële waakhond die op die regels toeziet en ook op internationaal niveau moet er zo’n supervisor komen. Vertrouwen is goed, controle is beter.

En tot slot, de zogenaamde Lissabon-strategie, het paradepaardje van Barroso. Die strategie moet dit jaar geëvalueerd worden. Duidelijk is dat een premisse van die strategie om vooruitgang te meten, niet deugt. Want economische groei kan geen doel op zichzelf zijn. Het moet gerelateerd worden aan indicatoren rond welzijn, leefbaarheid en ecologische grenzen.

Ik zou Barroso willen verwijzen naar een eeuwenoud concept: de Abdij van West-Vleteren. De trappisten paters zijn economisch zelfredzaam, krijgen geen subsidies en hebben een belangrijk motto: wij brouwen om te leven, wij leven niet om te brouwen. Hun bier is verkozen tot beste van de wereld!