Niets zo saai als mensen “uit één stuk”.

Mensen worden boeiend door hun contradicties.

Tegenstrijdigheden tussen principes en daden maken de mens tot Mens.

En nog meer van dit soort fraais uit mijn mond opgetekend.

Ter verdediging: ik zei dit altijd van anderen, en kan er dus niet van verdacht worden dat ik dergelijke levenswijsheden voor eigen gebruik heb uitgevonden.

Wat niet wegneemt dat ik het meen.

En dat het me goed uitkomt nu ik me op mijn eigen contradicties betrap.

Afgelopen week was ik in ons Franse huis dat mijn vrouw heeft geërfd van haar grootmoeder.

Een huis uit 1835 dat we sinds 1989 met veel geduld en liefde aan het redden, restaureren en renoveren zijn (in die volgorde van urgentie).

We werken alleen met lokale vakmensen: niet goedkoop, maar goed, en goed voor de plaatselijke werkgelegenheid.

Als ik klus, doe ik dat zo veel mogelijk met biologische materialen (Biofa-vernissen bijv.) die ik meeneem uit Brussel, omdat ze daar in het hoogland van de Auvergne nog nooit van gehoord hebben.

Laat staan mee werken.

In het woord ‘meenemen’ ligt de eerste contradictie die mijn ecologische voetafdruk opblaast.

De ruim 800 km tussen Etterbeek en mijn dorp (gehucht, gat, vlek) leg ik namelijk met de wagen af.

Sporen duurt te lang (overstappen in Parijs) en vliegen is te duur (en veel minder ecologisch).

Bovendien moet ik vaak vrij veel dingen meenemen, en dan gaat er toch niets boven de eigen auto.

Ecologisch is anders.

Ik heb daar ook een oude ‘geit’ (een Méhari) staan; niet echt een propere auto, zegt u? Dat klopt.
Maar wel duurzaam (plastic).

En bovendien heb ik er vorig jaar een katalysator in laten monteren…………. omdat je nergens nog loodhoudende benzine vindt.

Merci l’Europe!

fietsrikfranceEn ik fiets er, zij het voor de sport (remember Joop Zoetemelk op de Puy de Dôme in 1976 en in 1978).  Dus dat telt niet.

In de winter stook ik op hout dat ik in mijn eigen bos ga sprokkelen, hakken en zagen.

Duurzaam bosbeheer én ecologisch verwarmen.

Twee punten erbij, en de voetafdruk krimpt weer.

Als stadsmens die tot zijn 20e altijd op de grens van stad en platteland heeft gewoond heb ik een grote liefde voor en behoefte aan de natuur.

La nature dans sa globalité, quoi.

Ofschoon ik immens kan genieten van roodstaartjes, roodborstjes, roodkopjes en roodpootjes, hoef ik niet persé te weten wat de juiste naam is en waarin het grijsgorsroodborstje zich onderscheidt van het gorsgrijsroodborstje, of welk vliegje het roodkopje liefst als ontbijt heeft, terwijl het roodpootje daar van gruwt.
Ik kan een half uur naar een specht kijken die met zijn scherpe snavel larven uit een boomtak tikt (of is hij dan op de versiertoer?), maar of het nu een pic vert is of een pic masqué doet er minder toe.

Als taalkundige boeit mij de dubbele schrijfwijze pic vert/pivert veel meer……

Dat ik als “halfstedelijke” de boeren een poepje laat ruiken door haarfijn uit te leggen hoe ik het verschil zie tussen “une vrai Frisonne” en “une Frisonne croisée avec un Holstein“, daar geniet ik ook van.

(Voor de niet-ingewijden, ik spreek hier niet van mijn landgenotes op 2 maar op 4 poten….).

Tot hier zit alles ecologisch nog redelijk goed.

Het schoentje begint echter stevig te wringen, waardoor de ecologische voetafdruk – weer zo’n contradictie – navenant groeit, sinds een repulsieve repticide daad van mij afgelopen week.

Het was de eerste keer, en zal, ondanks het slechte gevoel dat ik erbij had, wellicht niet de laatste  zijn.

Ik heb met “un coup de bêche” een slangachtige gedood.

In tegenspraak met mijn vorige beweringen dat Linneas’ taxonomische obsessie niet de mijne is, was ik nu wel zeer benieuwd of mijn spade een vipère of een couleuvre had gesplitst.

Splitsen kost maar 5 minuten moed, en effet….

Determineren of het om een aspisadder (gevaarlijk) of een veldslang (ongevaarlijk) gaat, is voor mij even tijdrovend als aan een Nederlander uitleggen waarom BHV gesplitst moet worden (en dan laat ik de finesses van horizontaal of verticaal splitsen voor het gemak achterwege).

Op het moment dat ik het geschubde koppel amoureus zag liggen zonnen onder mijn keukenvenster had ik geen

Photo © Michel Aymerich

Photo © Michel Aymerich

natuurgids bij de hand voor een grondige ontleding.

Spleetogen of ronde ogen?
Grote of kleine schubben?

Versmallend naar achter of overal even breed?

Snel of traag bij gevaar?

Ik had er geen tijd voor.

Trouwens, toen ik dichterbij kwam verdwenen ze in een spleet in mijn buitenmuur.

Ik sprak buren en boeren aan, en iedereen zei “O la la, fais attention, c’est pas de la rigolade ça, il vaut mieux les détruire avant qu’elles frayent“.

Het idee van addergebroed in mijn voortuin, waar in de zomer wel eens jonge kinderen spelen, vond ik dermate onaantrekkelijk dat ik de spade uit het wintervet haalde en op de uitkijk ging staan.

Het duurde niet lang of één van de ongedetermineerden – die zich in mijn stedelijk onderbewustzijn inmiddels had vastgebeten als een reutelende ratelende ringslang – kwam weer naar buiten.
Waarschijnlijk het mannetje, want zo stoerdoenerig zijn wij wel.

Zijn laatste woorden waren even kort als zijn staart lang was.

Het was dus een aspisadder, zoals ook uit nader onderzoek van de geguilottineerde kop bleek.

Mijn geweten gesust.
Mijn ecologische voetafdruk zwol echter even hard als een adder die in het nauw gedreven op een slang wil lijken….

Het paradijs der ecologisten zal voorgoed voor mij gesloten blijven.
Slangen vind je daar sinds Eva trouwens niet meer.

En in de hel staat de thermostaat zo hoog dat er zelfs postuum nog een staartje aan mijn ecologische voetafdruk komt, als ik mij zo onzorgvuldig mag uitdrukken.

Ik reed dus de 800 km naar Etterbeek terug met een gespleten geweten.

Ben ik daarmee meer of minder Mens geworden?

Voor de reptofielen, lees:

http://geos-nature.org/Petit%20guide%20succinct_serpents_de_france_3.pdf

Maar sla de conclusie liever over!