Hoe is het eigenlijk met onze Europese identiteit gesteld?

Al 22 jaar zoekend dacht ik nu van mijn landgenoot Alfred Pijpers, senior research fellow (sic!) aan het Nederlandse Clingendael Instituut en schrijver van artikelen over Europa, de ultieme waarheid te horen.

Pijpers sprak op 24 februari in het Literatuurhuis Passa Porta in de lezingenreeks “Identiteit bevraagd“.

Europese armoede

Pijpers ziet zes redenen waarom er geen Europese identiteit is:

1. Er is geen sterk federaal gezag in Europa dat bijv. eigen belastingen heft. Europa doet vooral aan economisch en flankerend beleid.

2. De Europese integratie heeft juist, paradoxaal genoeg, de nationale identiteit versterkt. De uitbouw van de nationale verzorgingsstaat (die veel geld aan de mensen geeft!) heeft identiteitsversterkend gewerkt.

3. Op externe crises, zoals de huidige, wordt vooral in een nationale context zichtbaar gereageerd. Europa reageert pas achteraf, en meestal ook nog onzichtbaar. De burger wil onmiddellijke actie, als een soort EHBO, en die “ziet” hij bij zijn eigen overheid.

4. Er is niet één Europese taal. Taaldiversiteit is zelfs een officiële doelstelling van de EU en een deel van de Europese “identiteit”.

(Engels is volgens de senior research fellow Pijpers overigens een bedreiging voor het Nederlands.)

5. Europa heeft geen beelden en iconen zoals in de nationale musea hangen.

Er is een mismatch tussen cultuur en politiek, erger zelfs, een culturele armoede. Europa ontbeert ook een historische canon.

Behalve de Europese blauwe vlag met de 12 sterren en de steeds weerkerende foto’s van mannen die verdragen ondertekenen, zijn er geen beklijvende beelden.
Misschien is het provocerende kunstwerk van de Tsjech Cerny in het Justus Lipsius-gebouw, Entropa, wel een goed icoon voor Europa, durft Pijpers een beetje stout te suggereren.

6. De EU is een onderdeel van de globalisering, en staat dus niet voor een exclusief proces. Alle “communities” zijn transnationaal, niet alleen de Europese.

De EU zit ingeklemd tussen het nationale en het mondiale, als deel van iets veel internationalers en breders.

Europees rijk

Leuke ideetjes, om het favoriete woord van Pijpers te gebruiken, maar niet erg “bevragend”.

Diepgaander is wat “Europajournalist” Paul Goossens op 31 december 2008 in een kerstessay in De Standaard schreef over “het Europese imperium”, mede naar aanleiding van de publicatie van het nieuwe boek (en de nieuwe bril?) van Guy Verhofstadt.

Goossens zegt het volgende:

“Het onvermogen van de Unie om de eigen identiteit, het einddoel, het Europees sociaal model en de definitieve buitengrenzen te definiëren, was de beste garantie dat het Europese integratieproces niet onherroepelijk stremde. Dit project leefde en ontwikkelde zich bij de gratie van de onbeslistheid, zoniet dubbelzinnigheid”.

Volgens hem zijn we met de laatste uitbreiding, met 10 nieuwe lidstaten in 2004, verder weg dan ooit van de illusie dat de Europese Unie uiteindelijk tot een soort federale staat of federatie van staten kan uitgroeien.

Sinds dat kantelmoment veranderde de Unie van koers en van natuur.

“Sindsdien wordt het uitbreidingsbeleid vooral door strategische en geopolitieke, dus imperiale, overwegingen geïnspireerd. Hoe verder imperia uitdijen, hoe moeilijker, zoniet onmogelijker hun identiteitsverhaal wordt. (…) Hoe zwakker de metropool, hoe groter het respect voor de heterogeniteit en diversiteit van de periferie moet zijn. (…) De imperiale logica en dynamiek zitten haaks op de nationale.”

Europees fort

De twee identiteitsvertogen naast elkaar leggend, lijken ze over twee verschillende soorten identiteit te gaan.

Pijpers heeft het over de mate waarin de burger zich vereenzelvigt met “Europa”.

Goossens over het “zelfbeeld” van Europa.

Maar gaat het in feite toch niet over hetzelfde?

Hoe grenzenlozer, diverser en diffuser Europa, hoe minder duidelijk het is wat wij onder een “Europese identiteit” moeten verstaan.

Dit zou dan de essentie uitmaken van die Europese identiteit “par défaut”.
En waarom zou die fictieve Europese burger behoefte hebben aan zo’n postmoderne gefragmenteerde identiteit, veilig én onveilig als hij zich voelt in zijn dorp en in de wereld?

Europa kan hem niet meer veiligheid en minder onveiligheid bieden in de grote-kleine glocal world.

Even terug naar Pijpers, die zich aan het slot van zijn betoog afvraagt of een Europese identiteit eigenlijk wel zo nodig is.
Vooral als de mensen er blijkbaar niet op zitten te wachten.

Er zijn wel methodes om die te ontwikkelen, zegt hij, bijvoorbeeld het optrekken van een Fort Europa; we maken alles federaal (rechters, leger, politie enz.) en zorgen voor een economische autarkie (behalve voor energie, dat is onmogelijk, tiens tiens…..!!!!).

Maar Fort Europa is een taboe.

Want niet zo leuk.

Dan toch liever het vage Europese imperium en de niet-ingevulde identiteit?

Europees gezicht

Ook de Europese verkiezingen vermogen geen sterk Europagevoel te creëren.

Jaar na jaar neemt de opkomst af en daarmee ook de legitimatie van het op zo’n smalle basis verkozen Europees Parlement.

Hier doet zich de absurditeit voor dat de lijsten in feite nationale lijsten zijn met nationale politici. In de Belgische context misbruiken zij deze verkiezingen bovendien ook nog dikwijls om een federale of regionale balans te verdedigen of – erger nog – hun gezag binnen de eigen partij te vergroten en zo een springplank te timmeren voor een niet-Europese carrière (ja toch Bertje?).

De meeste van mijn collega’s “eurocraten” gaan nog altijd in eigen land stemmen voor “hun” kandidaat.

Andere kandidaten kennen ze niet.

Zouden er evenwel echte Europese lijsten bestaan met echte Europese kandidaten, dan zou hun naamsbekendheid nog geringer zijn en de kiezer in de landen die geen opkomstplicht kennen nog minder gemotiveerd zijn om voor Europa te stemmen.

Hoe geraken wij uit deze democratische paradox?

Met één Europees gezicht, dat van een Europese president, zoals 60% van de Vlamingen schijnt te willen (zie artikel op deze blog)?

Jean-Luc, geef Europa een body!

Guy, geef Europa een bril!brilletje