overgenomen van de standaard-online
BRUSSEL – Er is nood aan méér Europa, vinden we. Maar we zijn minder uitgesproken positief dan in het verleden. Er is vooral vraag naar een gezicht dat Europa herkenbaar maakt: ‘een president die echt iets te zeggen heeft’.
Na de referendums in Frankrijk, Nederland en Ierland, waarin de Europese grondwet en het Verdrag van Lissabon werden afgewezen, is vaak gezegd dat de burgers Europa niet meer lusten. Maar peilingen die zelfs enkele dagen na die referendums werden gehouden, wezen dat niet uit. Integendeel zelfs. Telkens bleek dat de meeste burgers, ook in de betrokken landen, achter het Europese project bleven staan en op sommige terreinen méér Europa bleven vragen.

Ook de internetpeiling in Vlaanderen die De Standaard liet uitvoeren, leert dat het positieve oordeel over Europa standhoudt, maar zonder overschot.

Meer dan de helft (52,8 %) van de ondervraagden – met de grootste groep bij de min-dertigers – zegt het ‘helemaal eens’ of ‘eerder eens’ te zijn met de algemene stelling dat ‘de Europese Unie meer bevoegdheden moet krijgen’. Maar dat is een ‘kritische’ meerderheid: ‘eerder oneens’ en ‘helemaal oneens’ halen samen een derde. Als dat gepreciseerd wordt naar bijvoorbeeld ‘meer aandacht naar sociaal beleid in de Europese Unie’ is de meerderheid van voorstanders wel groot: 77,8%.

De conclusie zou dan kunnen zijn dat de Vlaming in het algemeen achter de Europese Unie staat, maar niet meer voor om het even wat. Zo blijkt dat de stelling ‘de Europese Unie heeft vooral positieve gevolgen voor haar inwoners’ maar zeer matig onderschreven wordt. Amper 51,2% van de ondervraagden staat aan de positieve kant van de antwoordmogelijkheden. Maar niet eens één op de tien is het ‘helemaal eens’. De peiling lijkt aan te geven dat de publieke opinie aan het kantelen is. In heel Europa wordt erkend dat de uitbreiding het scharniermoment was voor de afkalving van de steun aan het Europese project. Ook in Vlaanderen is iets meer dan de helft van de burgers overtuigd of ‘eerder’ overtuigd dat de Unie ‘al te groot is geworden’ (52,4%).

Nog opmerkelijker: volgens de peiling is twee derde van de Vlamingen tegen een mogelijk lidmaatschap van Turkije. Amper een kwart is voor, hoewel België de toetreding officieel verdedigt.

Een uitschieter bij de analyse van de resultaten is de roep naar ‘één gezicht, een president die echt iets te zeggen heeft’. Bijna twee derde (60,2 %) staat daar positief tegenover. Het is overigens een van de duidelijkste vragen van de jongste jaren: ‘Europa moet een gezicht krijgen’. Maar dan komt het weer. Europa heeft nu meerdere gezichten (Nicolas Sarkozy, Angela Merkel, José Manuel Barroso of Javier Solana), maar wie moet er verdwijnen?

Dat wordt het grote probleem met de ene ‘president’ die in het Verdrag van Lissabon staat en in de plaats komt van het zesmaandelijks afwisselende EU-voorzitterschap van de Europese Raad. Dat zou het gezicht van Europa moeten worden. Maar omdat de concurrentie groot is, kreeg ‘de president’ maar vage en beperkte bevoegdheden. Volgens sommigen wordt het ‘een keizer zonder kleren’. Hij moet de bijeenkomsten van de staatshoofden en regeringsleiders voorbereiden en leiden. Maar zij kunnen geen echte beslissingen nemen, alleen ‘politieke impulsen’ geven. De ministerraad en het Parlement beslissen.

Jean-Luc Dehaene en Guy Verhofstadt zijn voor de Vlamingen het meest genoemd als geschikte kandidaten. Meer dan een kwart wil er geen uit het lijstje.