overgenomen van brusselnieuws.be

Brussel – Sven Gatz (Open VLD) pleit ervoor de Brusselaar een dubbele stem te geven. Brusselaars zouden zo de kans krijgen op een politicus te stemmen van de andere taalgroep. Gatz hoopt dat zijn systeem ingang vindt na de gewestverkiezingen van juni.
Vele Franstalige kinderen zitten in Brussel op een Nederlandstalige school. Nederlandstaligen sporten dan weer met andere Brusselaars in Franstalige clubs. Het leven in Brussel verloopt dus niet altijd in keurig afgebakende taalgroepen. Toch kunnen Brusselaars alleen stemmen voor Nederlandstalige of Franstalige politici.
“Ik wil de Brusselaar ook een tweede stem geven,” legt Gatz uit. “Bij verkiezingen kan men dan op een Nederlandstalige kandidaat stemmen en heeft men bijkomend ook de mogelijkheid – het is geen verplichting – om op een Franstalige kandidaat te stemmen. Zo krijgen we een generatie Brusselse politici die stemmen halen uit beide taalgroepen.”
Gatz heeft een voorstel van bijzondere wet klaar om de Brusselwet te wijzigen. Een tweede, vrije stem moet volgens hem de samenhang tussen de Brusselaars versterken. Aan de gewaarborgde vertegenwoordiging van de Nederlandstaligen in Brussel wordt niet geraakt, zegt Gatz.
Maar gaan de Franstalige kiezers niet te sterk bepalen welke Nederlandstaligen een zitje krijgen? “Daar heb ik een technische oplossing voor. Ik wil dat de tweede stem maar voor de helft doorweegt. Het aantal tweede stemmen telt dan voor maar een derde mee in die taalgroep. Het klinkt ingewikkeld, maar dat kan een ingebouwde drempel zijn,” zegt Gatz.
Dat de Brusselaars twee stemmen zouden krijgen en de Vlamingen en Walen maar één, maakt volgens Gatz niks uit. “We zijn Vlaanderen of wallonië niet. Wij zijn een meervoudig gewest met verschillende talen en culturen. Daarom hebben wij ook niet hetzelfde kiessysteem nodig als in Vlaanderen of Wallonië.”

Gatz’ gadget

Gatz heeft natuurlijk een punt als hij zegt dat de huidige situatie niet aangepast is aan de
Brusselse realiteit. Het groeiende aantal tweetalige Brusselse gezinnen, de vele Brusselaars die switchen tussen het Franstalige en het Nederlandstalige aanbod (scholen, cultuur, opvang, sport, …) … tonen aan dat de Brusselaar zich niet laat vangen in een levenslange taal(aan)horigheid.
De politieke vertaling van deze hybride situatie is evenwel een stuk moeilijker. Zoals het toch wel vrij zotte plan van Gatz, nochtans geen zot, bewijst.

Groen! federaal parlementslid Stefaan Van Hecke verwoordt het als volgt: “Zijn oplossing slaat echter nergens op: een tweede stem (voor de andere taalgroep) die echter maar voor de helft doorweegt en maar voor een derde meetelt in die taalgroep. Volgt u nog? Kiezen vereist dat de kiezer het effect van zijn stem kan inschatten. En dat is hier niet het geval. Wie echt Brusselse politici wil hebben, moet Brusselse lijsten mogelijk maken.”

Het debat over gezamenlijke lijsten, zoals bij de gemeenteraadsverkiezingen, moet zeker gevoerd worden. En dat gebeurt gelukkig ook al.

Vooral in de kringen rond de Staten-Generaal van Brussel en Pro Bruxsel.

Zo stelde KVS-baas Jan Goossens in De Morgen van vandaag (23-2-09) het volgende: “Het is toch gek dat de Staten-Generaal erin slagen stadsbewoners over alle grenzen heen aan te spreken, terwijl de politieke lijsten in juni netjes volgens binaire communautaire scheidslijnen verdeeld blijven”.

 Jan Goossens is duidelijk geen Brussels-Vlaams politicus.

Hij hoeft zich geen zorgen te maken over “zijn electoraat” en de dreigende verdamping ervan.

Want hoe Brussels-politiek-correct zijn verontwaardiging ook is, de consequenties van zijn pleidooi voor tweetalige lijsten zijn niet gering.

Ofwel passen wij dit idee volledig toe, zonder enig beschermingsmechanisme à la gewaarborgde vertegenwoordiging voor de Vlamingen, hetgeen zou betekenen dat er na 7 juni geen 17 Nederlandstalige Brusselaars meer in het parlement zullen zetelen.

Ofwel accepteren we tweetalige lijsten, maar met gewaarborgde vertegenwoordiging.

En in dat geval stellen zich praktische problemen als “wie is Vlaming” (taal identiteitskaart en dat voor eeuwig, om “des faux Flamands” te voorkomen?) en democratische bezwaren als “een Vlaamse stem weegt zwaarder dan een Franstalige” (omdat een Vlaming minder stemmen nodig zou hebben om verkozen te raken…… vanaf dezelfde lijst)!)

Dus laten we het debat voeren over de vehikels waarmee we de communauataire scheidslijnen electoraal kunnen oversteken. Zonder taboes maar ook zonder naïviteit.

Gatziaanse gadgets zullen de verkiezingen niet transparanter maken.

Laat staan democratischer.

Naschrift

 Een interessante piste voor de gewestverkiezingen schetst Philippe Van Parijs in de lezing die hij op 12 september 2008 in de Solvay-bibliotheek hield voor Ons Erfdeel (afgedrukt in “Ons Erfdeel” van november 2008, blz. 26-38).

Het boeiende van Van Parijs is dat hij een meertalig Brusselaar is, wetenschapper en zijdelings politiek actief, met name bij de Staten-Generaal.

Zijn ideeën zijn vaak ingegeven door verstand van zaken en gezond verstand.

Niet dat van LDD maar dat van een Brusselaar met een groot federaal hart.

Hij is bijv. ook lid van de Paviaclub, die pleit voor een federale kieskring. 

Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij daarnaar verwijst als uitweg voor de gewestverkiezingen.

Allereerst stelt hij voor dat alle niet-Belgen (een derde van de Brusselse bevolking!) gewestelijk stemrecht zouden krijgen.

Aangezien je dan helemaal de kunstmatige opdeling tussen Nederlandstaligen en Franstaligen overhoop moet gooien, wil hij ook de twee kiescolleges opheffen.

Maar hij verliest het gevaar van minorisering niet uit het oog!

In de plaats daarvan pleit ik voor een systeem dat meertalige kieslijsten toelaat, met een gewaarborgde vertegenwoordiging van Franstaligen, Nederlandstaligen en Europeanen, naar het model van het voorstel van de Paviagroep voor een federale kieskring op federaal niveau.” (onderstreping RJ).