Robin en Rik voor de Fernsehturm

Robin en Rik voor de Fernsehturm

Half februari was ik een weekend met mijn oudste zoon in Berlijn.

Voor mij de derde keer in zo’n dertig jaar tijd (volledig met, al een tijdje zonder en nu reeds bijna 20 jaar ohne Mauer).

Voor hem een eerste kennismaking, vooral met de hedendaagse architectuur.

En met de geschiedenis dank zij de continu omvallende boekenkast met de Ikea-naam “papa”.

Kapitalisme, communisme, eerste, tweede en (post)koude oorlog, hij heeft het allemaal moeten aanhoren.

Ook mijn gezaag over muren moet zelfs voor zijn bouwkundig aangelegde oren geen pretje zijn geweest. 

Maar ik heb nu eenmaal iets met grenzen.

Door ons geschiedenisonderwijs in het Nederland van de jaren ’70-’80 liep een dikke grens van de Koude Oorlog.

Je had de goeden en de slechten.

“Als de Russen komen, staat Jellema met een rood vlaggetje langs de kant van de weg te zwaaien” placht mijn leraar geschiedenis te zeggen.

Terwijl ik in Nederland ook al pacifist en ecologist was (destijds de PSP).

 

Na de val van de Muur ben ik mij vooral voor het voormalige Tsjechoslowakije gaan interesseren.

Ik leerde zelfs Tsjechisch.

Dat kwam ook doordat de grootvader van mijn vrouw een, reeds in de jaren ’30, naar Frankrijk uitgeweken Tsjech was met een vrij picareske levensloop.

Zijn geboorteland trok mij aan.

 

Zo fietste ik de Moldau en de Elbe in de voorbije jaren helemaal af van bron tot monding.

Voor de bron van de Moldau fietste ik langs het voormalig IJzeren Gordijn tussen Tsjechoslowakije en Oostenrijk en Duitsland.

Vorig jaar deed ik het laatste stuk Elbe van Dresden tot Cuxhaven boven Hamburg.

En ook daarvoor fietste ik een behoorlijk stuk langs het IJzeren Gordijn, daar waar de grens midden door de Elbe liep.

De volgende jaren wil ik de rest van de Deutsch-Deutsche, innerstaatliche of innerdeutsche Grenze doen. 

voorwiel in West, achterwiel in Ost, rechtervoet op de Mauer

voorwiel in West, achterwiel in Ost, rechtervoet op de Mauer

Ik maak daarbij dankbaar gebruik van die schitterende Duitse fietsgidsen van Bikeline.

In 2007 is er, met financiële steun van de Groenen in het Europees Parlement, een fietsgids uitgekomen voor de Deutsch-Deutscher Radweg van de hand van Michael Cramer.
(Zie http://www.michael-cramer.eu/iron_curtain_trail/747001.html)

 

Natuurlijk doe ik dat omdat ik graag fiets.

Alleen, wel te verstaan.

En ook omdat ik graag Tsjechisch en Duits spreek.

Liefst niet alleen.

Bovendien is de natuur schitterend in wat ooit de “Todesstreifen” ofte wel strook des doods heette.

Met deze unieke mix van sport, taal en natuur laad ik mij weer op voor enkele maanden.

 

Ook met geschiedenis, selbstverständlich mein Lieber.

Want als je door deze schone oorden fietst, kan je niet anders dan nadenken over de enorme last van de geschiedenis die op dit deel van Europa rust.

In het toeristische Berlijn leidt het hoge citytrip-gehalte van toch ook niet echt luchtige locaties als  Brandenburger Tor en Checkpoint Charlie je daar onvermijdelijk van af.

Alleen op je fietsje in ooit afgesneden dorpjes als Rüterberg en Bleckede niet.

 

En dan is Europa nooit ver af.

Het naoorlogse gedeelde Europa.
Het na-koude-oorlogse herenigde Europa.

Het Europa van de 27 waarvoor ik werk.

 

Certitudes voor een overtuigd Europeaan.

Maar ook vragen als welk Europa wil ik voor mijn kinderen en hun kinderen?

Tot waar strekt Europa zich uit?
Moet Europa een kapitalistische megastore zijn die op protserige wijze het failliete buurtwinkeltje toont wie er gewonnen heeft in de economische race?

Dat het communistisch experiment mislukt is, daarover valt niet te discussiëren.

De huidige economische, financiële en ecologische crisis is evenwel duidelijk ook een crisis van het kapitalisme.

 

Alleen een sterk Europa met een duurzaam (ecologisch, economisch en sociaal) project kan hoop geven aan de komende generaties.

En dat Europa moet de voormalige Oostbloklanden zeker meer bieden dan de vrijheid om onbeperkt te consumeren.

Hoe graag ze dat ook doen en hoe begrijpelijk dat ook is na jaren van schaarste.

Kom daar maar eens met onze groene boodschap van “less is more” en consuminderen!

En toch moet dat verhaal ook verteld worden door onze Groene kameraden.

In hun eigen nationale parlementen en in ons aller Europees Parlement.