Overgenomen van brusselnieuws.be

Brussel – Een derde termijn in het Brussels parlement gunt de partij haar niet. Groen! gooit ervaring te grabbel, zegt Adelheid Byttebier in een ontgoochelde reactie. Maar is de partij niet gewoon trouw aan haar eigen filosofie? Op Mieke Vogels na worden alle Vlaamse parlementsleden bedankt voor bewezen diensten. Groen! trekt resoluut de kaart van de vernieuwing, ook in Brussel, waar Adelheid Byttebier moet wijken voor radiomaker en voormalig Brussels schepen Bruno De Lille. Byttebier reageert ontgoocheld. Ze had gehoopt dat ervaring (ze is op een paar maanden na tien jaar Brussels parlementslid) zwaarder zou doorwegen dan de drang naar vernieuwing. Niet dus. In de statuten van Groen! staat het zogenaamde rotatieprincipe: een parlementslid of schepen zit maximaal twee periodes op dezelfde stoel. Wil hij of zij een derde keer kandideren voor een mandaat, dan moet er een afwijking aangevraagd worden. Adelheid Byttebier had die gevraagd en gekregen. Ze mocht zich (nog eens) kandidaat stellen. Er leek geen vuiltje aan de lucht. Maar dat was buiten het pollcomité gerekend. Het comité had niet Adelheid Byttebier, maar de Jetse Annemie Maes op één gezet. Groen! huldigt echter niet alleen vernieuwing, de partij voert ook de basisdemocratie hoog in het vaandel. Resultaat: de leden verwijzen de modellijst naar de prullenmand, en na twee stemronden haalt Bruno De Lille het met een kleine voorsprong op Adelheid Byttebier.

Een ontgoochelde Adelheid Byttebier gooit de handdoek in de ring. De lijst duwen wil ze nog wel, maar de tweede plaats weigert ze. Ze kondigt prompt aan dat ze de politiek verlaat. Hiermee wordt een stukje hoofdstedelijke geschiedenis afgesloten. Byttebier begon haar politieke carrière als medewerkster van Dolf Cauwelier, het eerste groene hoofdstedelijk parlementslid, toen nog bij Agalev.

Toffe madam

Bruno De Lille, die de lijst in juni aanvoert, heeft dan wel geen parlementaire ervaring, toch is hij geen bleu in de Brusselse politiek. Van 2000 tot 2006 was hij schepen van Vlaamse Aangelegenheden, Gelijke Kansen en Internationale Solidariteit in Brussel-stad. De Lille benadrukt dat zijn kandidatuur niet uit de lucht komt vallen: “Vlak na de gemeenteraadsverkiezingen heb ik al laten weten dat ik me wou blijven engageren, dat het parlement me interesseerde.”

Hij begrijpt dat Byttebier teleurgesteld is, maar de voorbije weken waren ze concurrenten. En hij heeft gewonnen. Zegt De Lille: “Adelheid is een toffe madam en ze heeft hard gewerkt.”

Nu De Lille lijsttrekker is voor Groen!, wordt hij de rechtstreekse concurrent van minister Pascal Smet (SP.A), zijn naaste buur in de banken van de gemeenteraad. De Lille en Smet vormen in de gemeenteraard één fractie. De samenwerking verloopt volgens De Lille opperbest, terwijl Adelheid Byttebier de voorbije vijf jaar voluit oppositie gevoerd heeft tegen Smet. Wordt dat niet lastig om uit te leggen? De Lille: “Adelheid heeft volledig in de lijn van de keuzes die Groen! belangrijk vindt – zoals mobiliteit – een goede oppositie gevoerd, ze vormde ook een eenmansfractie in parlement en in de raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC). In het Iris-vervoersplan van de Brusselse regering staan bijvoorbeeld leuke dingen voor de fietser, maar krijgt de auto nog altijd te veel plaats. Zelf zou ik, na ruggenspraak met de partij, breder gaan. We moeten bijvoorbeeld de stad verdichten en niet de laatste lappen groen volbouwen.” De Lille wil dat Groen! zich in de toekomst ook buigt over thema’s als economie en de toekomst van de Haven. En over Pascal Smet zegt hij: “Tot aan de verkiezingen we concurrenten, maar stel dat Groen! het goed doet met de verkiezingen, dan kunnen we misschien samen met SP.A zorgen voor een progressievere invulling van de Brusselse regering langs Nederlandstalige kant.”

Met de deining rond het verdwijnen van bekende gezichten dreigt de Brusselse lijsttrekker voor het Vlaams parlement uit het gezicht te verdwijnen. Dat wordt Luckas Vander Taelen. Hij is schepen in Vorst en zetelde al voor de groenen in het Europees parlement.

Danny Vileyn © Brussel Deze Week