In De Morgen van 26 november 2008 pocht pletwals Jean-Marie De Decker dat alle partijen in paniek zijn.
“Zelfs de MR kwam bij mij polsen of ik plannen had voor een tweetalige lijst in Brussel”.

Dit citaat is om twee redenen tekenend voor JMDD.
In de eerste plaats illustreert het zijn ijdelheid: helemaal alleen doet hij het bestel daveren, tot in Brussel toe, en dat bij een Franstalige partij!
Bovendien toont het aan dat hij van Brussel weinig kaas gegeten heeft.Want tweetalige lijsten zijn bij de gewestverkiezingen niet mogelijk.
Bij wet verboden!
Wij Brusselaars moeten een “taalrol” kiezen en zo onze “taalaanhorigheid” in het kieshoekje ontbloten.
Tot spijt van wie het benijdt.

En het spijt vele Brusselaars.
Kiezers en kandidaten.

De kiezers die zich eerst Brusselaar voelen en dan pas Vlaming of Franstalig.
De ecologisten die zich eerst ecologist voelen en dan pas Groen! of Ecolo.
In andere politieke families is het water tussen beide oevers een stuk breder, al gebeurt het wel eens dat een sp.a-er aanspoelt bij de PS of een FN-er bij VB (vaker dan ons lief is).

Ook voor de kandidaten zou het wellicht interessanter zijn in een grotere vijver dan die van de eigen taalgemeenschap te moeten vissen.
Dat dit vooral voor ons Nederlandstaligen geldt, behoeft geen betoog.
Franstalige politici kunnen zich minder goed voorstellen dat bij de electorale keuze het ideologische kan primeren boven het taalkundige.
Zij hebben die “vreemde” stemmen ook minder hard nodig.

De laatste tijd gaan er in het Brusselse, met name onder intellectuelen, mensen uit de kunstensector en nieuwe, jonge Brusselaars, steeds meer stemmen op deze apartheidslogica te doorbreken..
Vooral jonge stedelijke Vlamingen (om het woord “Dansaertvlamingen” nu eens niet te gebruiken) lijken dit idee genegen, maar ook aan Franstalige kant groeit zo’n “putain putain, c’est vachement bien, nous sommes quand-même tous des Bruxellois”-houding.

De uit de beweging rond (achter?) Manifesto voortgekomen partij Pro Bruxsel is daar de meest zichtbare exponent van.
“Ik ken niets van politiek, ik heb nooit gedacht dat ik me bij een partij zou aansluiten. Toch ben ik lid geworden van Pro Bruxsel, dat ik Brussel eindelijk erkend wil zien als volwaardig gewest. De Brusselaar moet zelf over zijn toekomst kunnen beslissen. Onafhankelijk van de Vlamingen en de Walen. En daarvoor wil ik nog eens vechten, omdat deze stad, dit gewest me in het bloed zit.”
Zo verwoordde zangeres Dani Klein haar prille maar vrij diffuse politieke bewustwording in Brussel Deze Week van 22 november.

Met alle sympathie voor de stem van Dani, maar ik denk dat de oplossing voor Brussel niet van Pro Bruxsel zal komen.
Niet dat ik niet in tweetalige lijsten geloof.
Ik sta al sinds 2000 op zo’n lijst, zij het voor de gemeenteraadsverkiezingen.
Voor Brussel denk ik evenwel dat lijsten van partijen die zowel in Brussel als in Vlaanderen/Wallonië, en zeker federaal, verankerd zijn, nuttiger zijn.
Omdat de problemen van Brussel niet enkel in en door Brussel kunnen worden opgelost.
Omdat het veel belangrijker is de Vlaamse of Waalse moederpartij te overtuigen van het belang van Brussel dan in Brussel het grote gelijk te prediken.
Omdat in die partijen gelobbyd moet worden voor andere federale wetten, en Vlaamse en Waalse decreten, die beter rekening houden met de Bruxselitude.

Ik twijfel niet aan de pro-Brusselhouding van de nieuwe Brusselaars.

Tweetalige lijsten van (bijna) gelijkgestemde partijen bestaan echter al
Groen! en Ecolo zijn qua programma bij wijze van spreken één Brusselse partij.
Alleen de wet maakt de indiening van echt tweetalige lijsten onmogelijk.
En dus komen wij eendrachtig doch “séparés de force” op.

Naschrift:

Naast (het eerder progressieve) Pro Bruxsel komt er nog een nieuwe, niet-nationale partij op in Brussel.
LiDé (Libéral Démocrate) van Rudy Aernoudt, de inspirator achter het Brusselluik van het LDD-programma, wil zich positioneren rechts van de MR.
Zou dit dan die tweetalige lijst zijn waar de MR zo bang voor is?