In een periode waarin wij in allerlei kranten mogen lezen waar onze nationale politici hun vakantie doorbrengen, welk boek ze meenemen (lezen?), en vooral hoe kort hun vakantie is – er moet bestuurd worden, niet waar? – wil ik als dorpspoliticus ook mijn steentje bijdragen.

Gelukkig hoef ik (nog) niet te besturen, en is mijn werkgever ook op dit vlak niet van de gierigste, en dus hoort u mij niet klagen over de duur van mijn vakantie.
Deze is lang genoeg om, zoals elk jaar, een zeer actief deel en een iets minder actief deel te bevatten.
Niets doen kan ik niet: eens een calvinist, altijd een calvinist.
De minder actieve component van mijn vakantie heeft geen enkel politiek belang: muurtjes metselen, hout hakken, gras maaien, luiken lakken, ik doe het graag maar het levert geen ideeën op voor het dorp Etterbeek of het gewest (sorry Pascal, de “stad”) Brussel.
Al fietsend langs machtige rivieren in verre landen daarentegen wil ik nog wel eens aan onze eigen oppervlaktewateren denken.
Toegegeven, de term “oppervlaktewater” is nogal ironisch om de Brusselse realiteit te beschrijven.
Zo stroomt de Broebelaar al lang niet meer open en bloot door Etterbeek.
Dit zijriviertje van de al even onzichtbare Maalbeek stroomt nu ergens onder de Louis Hapstraat, langs het geboortehuis van Annemie Neyts-Uyttebroeck, na even de kop te hebben opgestoken in het vredige Felix Happark.
En ook het trieste verhaal van de Zenne is inmiddels genoegzaam bekend.
Is het dit gemis aan hoorbaar broebelend, zichtbaar stromend water dat ik, afkomstig uit een land van oneindig trage stromen, nu al enkele jaren tracht te compenseren in het ooit zo verre Tsjechië dat ik na Nederland, België en Frankrijk steeds meer als een vierde vaderland ben gaan beschouwen?

Wat enige jaren geleden begonnen is als een gezonde nieuwsgierigheid naar de Tsjechische wortels van mijn Franse vrouw, hetgeen geresulteerd heeft in het leren van de taal om in de archieven te kunnen duiken van de geboortestad van haar grootvader, Hradec Králové, is inmiddels uitgemond in een nog veel gezondere zoektocht naar de bronnen van Tsjechische rivieren.
Drie jaar geleden ben ik begonnen mijn eigenwijze fietsweg te zoeken langs de Vltava, Moldau voor niet-slavisten, eerst van zuid naar noord, dan weer terug naar het zuiden tot bij de bron aan het voormalige IJzeren Gordijn, en dit jaar de twee ontbrekende stukjes onder en boven Praag.
Van de bron bij Horská Kvilda tot de samenvloeiing met de Labe (Elbe zo u wilt) bij Mĕlnik zijn dat officieel 430,2 kilometers, maar door mijn eigenzinnig parcours zal het wel ongeveer de dubbele afstand zijn die ik op twee wielen heb afgelegd.
Inmiddels is mijn Tsjechisch nog altijd hoger gebroebel.
En wat rest mij de komende jaren nu de Moldau-missie is volbracht?
De Elbe natuurlijk, van de bron (niet ver van de Tsjechisch-Poolse grens in het Reuzengebergte) tot de monding (in Cuxhaven bij Hamburg) ruim 1000 kilometer, dus met dat water ben ik nog wel een paar jaar zoet.
Omdat ik al Duits spreek (drie naamvallen minder!) ga ik gewoon proberen te genieten zonder “nuttige invalshoek”……..voor zover ik dat kan.

Waarom de politiek geïnteresseerde – want anders zat hij niet op deze site – lezer hiermee te vervelen?
Wat is het belang van “mijn” heilige Vltava en de worsteling met naam- en watervallen voor de Belgische dorpspolitiek?
De Zenne, stupid!
Gelukkig heb ik nog andere hobby’s dan het uitpluizen van documenten van gemeentelijk belang.
Lang voordat de Etterbeekse kiezer mij de eer bewees zijn eerste gemeenteraadslid van niet-Belgische nationaliteit te zijn, was ik al in la Senne-de Zenne gedoken.
Figuurlijk toch.
Zo’n 333 kilometer korter dan de Vltava, compenseert onze Zenne dit gemis ruimschoots door het feit dat zij door drie gewesten stroomt.
Helaas in het onze op enkele stukjes na onzichtbaar.
Arme Zenne, wat zal ze jaloers zijn op de Vltava, die, ondanks de opsplitsing van het voormalige Tsjechoslowakije in twee landen sinds 1991, geen last heeft van een gebrek aan “homogene bevoegdheidspakketten”.
De Slowaken hebben met Bratislava de Donau gekregen, ook lang niet slecht.

Sinds jaar en dag ben ik aan de heerlijk meanderende Zennestroom verslingerd.
Zo zeer zelfs dat ik enige jaren geleden de Zennesonnetten organiseerde voor de Louis Paul Boonkring.
Twee fietstochten, één van de monding aan het Zennegat (bij Mechelen) en één van de bron in Naast (bij Quenast), beide eindigend in het historisch hart van Brussel, de doorwaadbare plaats in het moeras waar deze stad ooit is ontstaan en zich nu de Sint-Gorikshallen bevinden.
Dit alles begeleid door 14 + 1 sonnetten van bekende en minder bekende Brusselse dichters, aaneengeregen tot een zuivere sonnettenkrans waarmee de Zenne werd “open gedicht”.
Sindsdien krijgt de Zenne steeds meer belangstelling.
Dit jaar wordt al voor de vierde keer tijdens de autoloze zondag in september het evenement “Zot van de Zenne” georganiseerd.
Geen auto’s en veel “water”, wat wil een fietser/wandelaar nog meer?

Water, echt stromend water!
Paden, echte fiets- en wandelpaden!
En niet één maar 365 dagen per jaar.
Wie zegt dat onze Zenne zich daar niet toe leent?
In Brussel zal er nog veel moeten gebeuren, om te beginnen het openleggen van delen van een propere (“you may say I’m a dreamer, but I’m not the only one”) Zenne.
Spijtig genoeg zijn er door het dichte stedelijk weefsel weinig plaatsen waar dat mogelijk is.
In Wallonië en Vlaanderen is de rivier, waarschijnlijk mede dank zij de geurhinder, daarentegen nog niet te veel ingepalmd door bewoning.
Want iedereen wil tegenwoordig aan het water wonen.
Behalve als dat plotseling een levende, niet beheersbare materie blijkt te zijn die niet alleen kwelders maar ook kelders aandoet; dan moeten de politiekers bloeden!
Wordt de Zenne ooit proper, eerder onder druk van Europa dan door Belgische politieke wil, dan zal ook haar populariteit als woon(b)oord met hectoliters toenemen.
Voordat het te laat is, moeten we het potentieel van onze drie-gewesten-stroom in kaart brengen en bewaren, zowel voor het natuurschoon als de recreatiemogelijkheden.
Want onze Zenne mag dan wel niet proper zijn, schoon is ze wel!
En het moet perfect mogelijk zijn haar door enkele kleine ingrepen (wegwerken van “missing links”) en goede bewegwijzering op te waarderen in het belang van kleinschalig duurzaam toerisme.
Als het in het “arme” Tsjechië kan, moet het in het rijke België ook lukken.
In afwachting van de inhuldiging van dat gewestgrensoverschrijdend “Zennepad” kan ik iedereen aanraden een paar gedetailleerde kaarten te kopen bij het Nationaal Geografisch Instituut
(http://www.ngi.be) en op reis te gaan langs de 100 kilometer tussen Naast en Zennegat.
Geef je ogen en je neus goed de kost.

Vakantie in eigen land, het kan zo avontuurlijk zijn.
Peter Lombaert weet er alles van.